Categorie: Familierecht

Vereffening en verdeling deel 2

Een opfrissing in notendop van een aantal algemene oneliners in het kader van vereffening-verdeling na echtscheiding
De vereffening- verdeling in het wettelijk stelsel
De meeste echtgenoten zijn gehuwd onder het wettelijke stelsel (stelsel van scheiding van goederen en gemeenschap van aanwinsten).
1. De vermogens uit elkaar halen
Om de vermogens van de ex-echtgenoten uit elkaar te halen moet in principe een bijzonder complexe procedure worden gevolgd. In de praktijk gebeurt dit zeker niet altijd, u moet dit vermijden indien mogelijk. Dit is al een reden om voor bemiddeling te kiezen.
Bij de vereffening verdeling is de eerste vraag welke goederen eigen zijn en welke gemeenschappelijk. Elke echtgenoot mag de eigen goederen behouden. De gemeenschappelijke goederen moeten verdeeld worden. Daarbij bestaat een vermoeden van gemeenschap ten voordele van het gemeenschappelijke vermogen. Dit betekent dat de echtgenoot die beweert dat een bepaald goed, bijvoorbeeld in het geval van de hond, tot zijn eigen vermogen behoort, dat moet bewijzen. Hij moet dus aantonen dat hij het goed al bezat op het ogenblik van het huwelijk of dat hij het kreeg via een schenking.
Hoe kan hij dit bewijzen?
Eigendomsdocumenten en bankdocumenten vormen een goed bewijs maar deze laatst vermelde stukken worden niet onbeperkt bijhouden. Indien u ze niet meer heeft dan moet u ze tijdig opvragen aan de bank, waarvoor u bovendien een kost zal moeten betalen.
U zal ook best aantonen dat de hond op uw naam is geregistreerd.
– Verder is het mogelijk dat het eigen vermogen heeft geïnvesteerd in het gemeenschappelijk of omgekeerd. In dat geval zal door het verrijkte vermogen een vergoeding moeten worden betaald aan het verarmde vermogen. Dit is bijvoorbeeld het geval als de echtgenoten hebben gebouwd op de grond van één van beiden.
– Opbrengsten van goederen uit het gemeenschappelijke vermogen vanaf het begin van de echtscheidingsprocedure tot de uiteindelijke vereffening-verdeling moeten worden verdeeld. (intresten op spaarrekeningen, uit kasbons of obligaties… of huurgelden van een woning).
– De echtgenoot die in de echtelijke woning bleef tijdens de echtscheidingsprocedure moet een woonstvergoeding aan de ex-partner betalen. Die vergoeding wordt gebaseerd op de huurwaarde van het onroerend goed.
– Ook de eigenaarslasten die nog werden betaald (onroerende voorheffing, brandverzekering, afbetaling hypothecaire lening,…) moeten worden verrekend.
2. Het gemeenschappelijke vermogen verdelen
Nadat het gemeenschappelijke vermogen exact is bepaald, moet het worden verdeeld.
Als de ex-echtgenoten het eens zijn over wie wat toekomt dan is er geen enkel probleem. Er kan worden overeengekomen dat wie meer waardevolle goederen krijgt de andere partij een oplegsom zal betalen of ofwel neemt één van de echtgenoten de goederen over met akkoord van de andere. Wat betreft de onroerende goederen, meer in het bijzonder ook de gezinswoning verwijs ik naar mijn artikel over de miserietaks.
Wanneer er geen akkoord is, kan één van de ex-echtgenoten aan de rechter de preferentiële toewijzing van de gezinswoning en de huisraad of van het onroerend goed dat dient voor de uitoefening van zijn/haar beroep vragen (voor andere goederen is de toewijzing niet mogelijk). Het goed wordt dan toegewezen tegen de prijs die vastgesteld wordt door een schatter. Een openbare verkoop is enkel mogelijk als er geen akkoord is, als er geen verdeling in natura mogelijk is én als er geen preferentiële toewijzing wordt gevraagd.
Wanneer de ex-echtgenoten het niet eens en worden de goederen openbaar verkocht. Strikt juridisch valt de hond hieronder.
3. De notaris doet een voorstel
Nadat de echtgenoten hun aanspraken hebben laten kennen, maakt de notaris een staat van vereffening en verdeling op. Hij geeft zijn voorstel over hoe de zaken moeten worden verdeeld in een ontwerp van staat. Zijn de ex-echtgenoten of één van hen het daarmee niet eens, dan kunnen zij op het voorstel van de notaris zogenaamde zwarigheden (opmerkingen) laten kennen. Komt er uiteindelijk geen oplossing uit de bus, dan maakt de notaris het dossier over aan de rechtbank met zijn advies om daar de knoop te laten doorhakken. Heeft de rechter een definitieve beslissing genomen, dan gaat het dossier opnieuw naar de notaris.

Uit onverdeeldheid treden bij scheiding van goederen
In een stelsel van scheiding van goederen, liggen de zaken eenvoudiger. De onverdeelde goederen moeten verdeeld worden en vaak moeten er ook verrekeningen gebeuren.
Wanneer de echtgenoten het met elkaar eens zijn dat een van hen de onverdeelde goederen overneemt, dan betaalt diegene die overneemt een prijs aan de andere.
Wanneer ze het niet eens zijn dan worden de goederen verkocht, wat meestal openbaar gebeurt.
Bij een stelsel van scheiding van goederen kunnen echtgenoten geen preferentiële toewijzing vragen. Het is dus niet mogelijk dat de gezinswoning of de huisraad wordt toegewezen aan een van beiden als de andere ex-echtgenoot het daarmee niet eens is. Dit is wel een stok achter de deur om overeen te moeten komen.
Ook bij scheiding van goederen geraken de goederen (en schulden) van de partners na verloop van jaren vermengd. Ook hier kan het zijn dat een van de echtgenoten vanuit zijn vermogen heeft geïnvesteerd in het vermogen van de andere. Is dat het geval, dan kan de echtgenoot die investeringen deed, daar een mogelijke vergoeding (mits rechtsgrond en voorwaarden waarop hier niet verder wordt ingegaan) voor vragen. Belangrijk hierbij is dat vooreerst de (uitsluitings)clausuleringen/dag-per-dag verrekeningsbedingen in het huwelijkscontract worden nagekeken.
De verdeling bij samenwonenden
Bij feitelijk samenwonenden. Indien mensen die feitelijk samenwoonden uiteen gaan, rijst vaak een probleem. Meestal hebben zij geen samenlevingscontract afgesloten. Raken ze het niet eens over wat er met hun goederen dient te gebeuren, dan kunnen zij een procedure starten voor de rechtbank van eerste aanleg, de familierechtbank om daar de uitonverdeeldheidtreding te vragen. Ook in een dergelijke procedure zal de rechtbank een notaris aanstellen.
Bovendien kan de rechtbank de ex-partner die nog goederen in zijn bezit heeft die exclusief de eigendom zijn van de andere, bevelen die terug te geven. Ook hier geldt dat wie beweert dat bepaalde goederen zijn eigendom zijn, het bewijs daarvan moet leveren. Slaagt hij daar niet in, dan worden de goederen geacht in onverdeeldheid te zijn.
De notaris zal ook hier nagaan of er een akkoord is tussen de echtgenoten van wat er met de goederen moet gebeuren. Is dat niet het geval, dan zullen ze in natura worden verdeeld tussen de gewezen partners of worden verkocht.
Bij wettelijk samenwonenden (er is een verklaring afgelegd bij de burgerlijke stand) gelden ongeveer dezelfde regels. Het principe is dat elke partner de goederen behoudt waarvan hij de eigendom kan bewijzen, de inkomsten daaruit en de inkomsten uit arbeid. Wettelijk samenwonenden kunnen afwijken van deze regeling in een overeenkomst, opgesteld door een notaris.

Lot van verbeteringswerken in onroerend goed van patrimoniumvennootschap

Er bestaat te weinig bescherming in het huwelijksvermogensrecht na een scheiding tijdens de vereffening en verdeling in geval van renovaties, gefinancierd door de voormalige echtgeno(o)t(en) aan de gezinswoning aangekocht op naam van de patrimoniumvennootschap van de schoonfamilie.

Stel, U vindt de partner van uw leven en trouwt. Samen droomt u van een mooie toekomst in een parel van een huis. Met dank aanvaardt u de financiële bijdrage van uw schoonfamilie, die het te renoveren droomhuis met plezier aankoopt op naam van haar familievennootschap, waarvan ook uw partner bestuurder is. U zal (al dan niet samen met uw partner) zelf zorgen voor de verdere afwerking van de woning, en de kosten hiervan dragen. Met enthousiasme gaat u aan de slag in de woning en financiert u (al dan niet samen met uw partner) de werken die nog moeten worden uitgevoerd. Het eindresultaat is een droom van een woning.

Tot zover lijkt er zich geen enkel probleem te stellen.

Naderhand loopt het huwelijk spaak. De boedel moet worden verdeeld, maar wat gebeurt er met de opgewaardeerde gezinswoning bij de vereffening-verdeling? De gezinswoning, waaraan u zelf heeft gewerkt en prestaties heeft laten verrichten die u (mee) heeft betaald, verdwijnt volledig opgewaardeerd in de patrimoniumvennootschap van de voormalige schoonfamilie.

Het huwelijksvermogensrecht biedt in zulk geval geen enkele bescherming, zodat noodgedwongen enkel kan teruggevallen worden op de gemene rechtsgronden zoals zaakwaarneming, kostenleer, e.d. om een deel van deze kosten te recupereren, hetgeen niet vanzelfsprekend is.

In dergelijk geval is dus geen sprake van een eerlijke verdeling van de boedel, nu de ex-partner recht heeft op de helft van de boedel, maar tegelijkertijd een opgewaarde woning krijgt via de familievennootschap waarvan zij deel uitmaakt.

Deze situatie komt in de rechtspraktijk steeds vaker voor. Het is daarom aangewezen deze situaties voorafgaand te contractueel ondervangen.

 

Ouderverstoting-wees alert!

Bij ouderverstoting wordt één van beide ouders zwartgemaakt bij het kind, of weggehouden uit het leven van het kind. Wanneer hier niet wordt ingegrepen kan het kind PAS (Parental Alienation Syndrome) ontwikkelen en hier de rest van zijn leven last van houden. Ouderverstoting komt het meest voor bij vrouwen (90%) die de ex-partner (de man) zwart maakt en ervoor zorgt dat die ouder zijn kinderen niet meer mag zien.

Ouderverstoting herkennen

(Doordat het in 90% van de gevallen de vader is die verstoten wordt, zal er hier daarom vanuit worden gegaan dat de vader verstoten wordt.)

  • De moeder laat negatieve emoties ten opzichte van de vader duidelijk merken aan de kinderen.
  • De moeder vergroot de tekortkomingen van vader uit en vertelt hierover tegen iedereen die dit maar wilt horen, ook in bijzijn van de kinderen.
  • De moeder zorgt ervoor dat vader niet betrokken is bij school en ouderavonden, sportclubs, medische informatie en overlegt niet bij belangrijke beslissingen. Vader wordt als nutteloos gezien in dit proces.
  • De moeder gooit post, kaarten of e-mails die afkomstig zijn van de vader voor de kinderen perrongeluk weg.
  • Wanneer de vader belt zegt de moeder dat hij op een verkeerd moment belt en dat hij later maar terug moet bellen. De moeder of het kind zal niet zelf terug bellen.
  • De moeder wil niet meewerken aan een omgangsregeling die uitgaat van de rechten van het kind om beide ouders te mogen zien.
  • Wanneer er wel een goede omgangsregeling is houd moeder zich daar niet aan.
  • De moeder spreekt negatief over de vader tegenover vrienden en familie, school, sportclubs.
  • De moeder spreekt negatief over de vader tegen advocaten, therapeuten en andere deskundigen, bureau jeugdzorg en de huisarts.
  • De moeder verwijt de vader dat hij niet aan het ideaal beeld als vader kan voldoen.
  • De moeder heeft keer op keer een excuus dat het kind niet naar de vader toe kan, of zegt dat het kind zelf niet wilt.
  • De moeder zorgt ervoor dat elke communicatie tussen vader en kind onmogelijk wordt gemaakt.
  • De moeder zal haar kinderen niet aansporen om vader te bellen met zijn verjaardag, Vaderdag of een ander belangrijk moment in zijn of hun leven.
  • De moeder hoort het kind uit na een bezoek aan vader en het kind voelt zich genoodzaakt de negatieve aspecten te vergroten van het bezoek. (loyaliteitsconflict bij het kind).
  • De moeder komt nooit of zelfde bij de vader thuis.
  • De kinderen mogen niet naar verjaardagsfeestjes van kinderen die ze kennen uit vaders omgeving.
  • De moeder keurt de cadeautjes die de kinderen van hun vader hebben gekregen af. (Waar de kinderen bij zijn).
  • De moeder laat duidelijk blijken dat ze niet blij is dat de kinderen naar hun vader gaan.
  • De moeder wil liever niet dat het kind gaat logeren bij opa of oma, ooms of tantes van vaders kant.
  • De moeder zorgt ervoor dat ze onmisbaar is voor het kind en de ontwikkeling van het kind staat dit in de weg.
  • De moeder beschuldigt vader onterecht van incest, slechte behandeling, mishandeling, bedreiging (verhalen die niet hard te maken zijn). Het kind is er bang voor en gaat het voor waarheid aanzien.

Het kind voelt zich genoodzaakt de negatieve aspecten van het bezoek aan vader uit te vergroten en durft niet te vertellen dat hij het leuk heeft gehad. Ook heeft het kind het gevoel dat er gekozen moet worden voor één van beide ouders.

Gevolgen voor het kind
  • een laag zelfbeeld
  • gebrekkige sociale ontwikkeling
  • alcohol-drugs misbruik
  • verwarring
  • identiteitscrisis
  • zelf geen relaties kunnen aangaan
  • verminderd vertrouwen in anderen
  • angsten
  • depressie

Kinderen die dit overkomt, zitten compleet gevangen in een web van leugens en negatieve uitlatingen over de andere ouder. De manipulerende ouder beïnvloedt niet alleen het kind, maar de hele omgeving waaronder familie, vrienden en buren, maar ook leerkrachten, professionele hulpverleners, advocaten en zelfs rechters.

Mensen in de directe omgeving van het kind hebben meestal geen idee wat er werkelijk gaande is. Van ouderverstoting hebben ze nog nooit gehoord, laat staan dat ze de signalen herkennen. Familie en vrienden van de manipulerende ouder gaan daardoor gemakkelijk mee in de negatieve en lasterlijke verhalen over de andere ouder. Die komen zo op het eerste gezicht ook heel authentiek en geloofwaardig over. Want als een kind zelf geen contact meer wil met de eigen vader of moeder, ‘dan moet er wel echt iets vreselijk mis zijn met die ouder‘. Zo wordt er gedacht en vervolgens wordt het onderwerp maar liever gemeden.

Het kind staat alleen met alle pijn, ellende en verdriet over het missen van de andere ouder. Het kan nergens terecht met wat het werkelijk voelt en krijgt geen hulp. De manipulerende ouder weet de andere ouder uiteindelijk volledig buiten spel te zetten, want ook jeugdzorg, de kinderbescherming, professionele hulpverlening en zelfs de familierechter kijkt liever weg van dit inmiddels enorme maatschappelijke probleem. Zij falen in het herkennen van de signalen, zijn partijdig en bevooroordeeld, kijken niet naar feiten en belonen de ‘foute’ ouder door de omgang met de andere ouder te ontzeggen.

Wat kun je zelf doen?

Familie, vrienden, buren, leerkrachten, leerlingenbegeleiding, … die een vermoeden hebben van ouderverstoting in hun omgeving kunnen wel degelijk wat doen. Zij kunnen en mogen niet meer wegkijken! Wees alert en sta open voor de signalen. Negeer die niet en kijk niet weg, want als je het gevoel hebt dat er ‘iets’ aan de hand is, klopt dat vaak ook.
Merkt u dat een ouder en kind deze symptomen vertonen, doe dan uw best uw zorg over het kind aan de orde te stellen bij beide ouders. Lukt toenadering niet, zoek dan hulp voor de ouders en het kind. Als een ouder hier bewust aan meewerkt is het psychische kindermishandeling. Mocht u signalen oppikken in uw omgeving, meldt het dan. Helaas is de juridische weg nog niet zover dat ouders verplicht worden hun verantwoording te nemen in het belang van het kind.
Elk kind heeft er recht op ontlast te worden van een onterecht negatief ouderbeeld, omdat de last die het kind daarvan meedraagt zonder hulp levenslang destructief kan aanhouden.

Nieuwe omzettingsregeling leggen waarde vruchtgebruik vast

De bespreking van het principe van omzetting van vruchtgebruik na een overlijden is en blijft een heikel punt tussen erfgenamen met tegengestelde belangen (bijvoorbeeld het vruchtgebruik van de langstlevende tweede echtgenote en de blote eigendom van kinderen van overleden vader). Tot voor kort voorzag de wet niet in een duidelijke regel ter bepaling van welke waarde aan een vruchtgebruik kan worden toebedeeld.

Een aantal ruim omschreven aangereikte criteria (bijvoorbeeld de vermoedelijke levensduur van de vruchtgebruiker, waarde van de goederen, de schulden-zie het oude artikel 745§3sexies B.W.) gaven aanleiding tot verschillende interpretaties. Hierdoor ontstonden grote discussies in delicate zaken, vaak erfeniskwesties, waardoor een overeenkomst tussen partijen meestal uitgesloten was. Vaak diende dan ook een gerechtelijke procedure te worden opgestart en waarbij de rechter zelf beroep diende te doen op diverse (niet wettelijke) berekeningsformules.

Met de wet van 22 mei 2014 (BS 13 juni 2014) wordt een uniforme dwingende regel ingevoerd voor de waardering van het vruchtgebruik. Deze regel geldt bij omzetting van het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot maar ook wanneer vruchtgebruiker en blote eigenaars beslissen om samen een onroerend goed te verkopen zonder noodzakelijkerwijze al afspraken te moeten maken over de verdeling van de opbrengst ervan.

Voor elk verzoek tot omzetting zal de waardering vanaf 25 januari 2015 gebeuren op basis van de jaarlijkse omzettingstabellen die bij Ministerieel Besluit worden vastgelegd waarin percentages worden bepaald die zullen worden toegepast op de verkoopwaarde van goederen, in functie van het geslacht van de vruchtgebruiker en zijn leeftijd op datum van verzoek tot omzetting.

Belangrijk om te weten is dat partijen nog steeds wel kunnen overeenkomen om van deze regels af te wijken (keuzevrijheid), hetgeen noodzakelijk zou kunnen zijn wanneer iemand bijvoorbeeld terminaal ziek is.

De nieuwe uniforme dwingende regel met concrete waardering (maar met behoud van keuzevrijheid indien nodig) zal alleszins een valabele hulp zijn bij de afwikkeling van vele erfeniskwesties en discussies op dat vlak indijken.

 

Familierecht : de “nieuwe” familierechtbank, enkele one-liners

Vanaf 1 september 2014 kan u voortaan voor alle familiale geschillen terecht bij de “nieuwe” familierechtbank. Deze bestaat uit familiekamers (alle burgerlijke familiale geschillen), jeugdkamers (voor maatregelen te nemen over minderjarigen die strafbare feiten pleegden of in gevaar zijn of voor maatregen tav ouders ervan of minderjarige geesteszieken) en kamers voor minnelijke schikking.

Eén familiedossier

Voortaan zal er één familiedossier bestaan bij één familierechtbank waarin alle vorderingen worden gebundeld, zowel de spoedeisende vorderingen als de definitieve. De zaken die de wet spoedeisend acht, blijven bovendien ingeschreven op de rol, hetgeen betekent dat uw zaak -ook in geval van hoger beroep- wanneer er “nieuwe elementen” zijn gewoon op schriftelijk verzoek of bij conclusie opnieuw kan voorgelegd worden aan de rechter (blijvende saisine).

De volgende zaken worden altijd geacht spoedeisend te zijn : afzonderlijke verblijfplaatsen, ouderlijk gezag, verblijfsregeling, onderhoudsverplichtingen, recht op persoonlijk contact, internationale kindontvoering, weigering wettelijke samenwoning, machtiging om te huwen, voorlopige maatregelen tussen echtgenoten, wettelijk samenwonenden en feitelijk samenwonenden met kinderen.

De woonplaats van de minderjarige bepaalt in principe welke familierechtbank territoriaal bevoegd is. Voor de jeugdrechtbank is dat in principe de verblijfplaats van de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen.

Het bestaan van slechts één familiedossier bij één familierechtbank zal er alleszins voor zorgen dat een meer efficiënte en coherente rechtsbedeling tot stand kan komen zonder versnippering over diverse rechtbanken.

Op die manier maakt de wetgever dus een einde aan de verspreiding van bevoegdheden in familiale geschillen tussen de jeugdrechtbanken, rechtbanken van eerste aanleg, kortgedingrechters en vredegerechten zoals voordien het geval was.

Een voorbeeld.

Bij een breuk tussen twee partners zal het onderscheid of deze al dan niet gehuwd, wettelijk samenwonend of feitelijk samenwonend (indien er minderjarigen zijn), niet meer uitmaken.

1. Uw relatie bevindt zich in een zware crisis zodanig dat het samenleven niet meer mogelijk is; u wenst een time-out maar u bent nog niet zeker of dit definitief is.

–> vroeger : de gehuwden en wettelijk samenwonenden dienden zich dan naar de vrederechter te begeven om voorlopige maatregelen te vorderen om uit hun impasse te geraken. De feitelijk samenwonenden daarentegen met minderjarigen konden in een crisissituatie enkel terecht bij de kortgedingrechter en jeugdrechter.

–> nu : altijd de “nieuwe” familierechtbank.

2. Uw relatie is definitief voorbij en u wenst ze te beëindigen maar er moeten ondertussen dringende afspraken over de kinderen en het huis worden genomen.

–> vroeger : wanneer er tijdens de echtscheidingsprocedure voorlopige maatregelen voor de echtgenoten en de kinderen dienden geregeld te worden, was de kortgedingrechter bevoegd. Voor de echtscheiding en vereffening-verdeling nadien zelf was dan weer de rechtbank van eerste aanleg bevoegd. Wanneer na de echtscheiding de voorlopige maatregelen voor de kinderen nog dienden aangepast/gewijzigd te worden, diende men zich te wenden tot de jeugdrechter bij nog minderjarige kinderen of de vrederechter indien het enkel over onderhoudsbijdragen handelde of in geval van meerderjarige kinderen….Voor een definitieve regeling voor de kinderen na een breuk bij wettelijk of feitelijk samenwonenden was de jeugdrechtbank bevoegd. Voor hun vereffening-verdeling bij deze samenwonenden de rechtbank van eerste aanleg.

–> nu : altijd de “nieuwe” familierechtbank.

Horen van de minderjarigen

M.b.t. het horen van de minderjarige wordt er een onderscheid gemaakt tussen kinderen vanaf 12 jaar en kinderen onder de 12 jaar. De minderjarige vanaf 12 jaar wordt automatisch door de rechter ingelicht over zijn recht om gehoord te worden of om dit te weigeren. Maar ook de minderjarige onder de 12 jaar kan nu worden gehoord op zijn eigen verzoek, verzoek van partijen, ambthalve op verzoek van de rechter of op verzoek van het openbaar ministerie. Wanneer het verzoek van de minderjarige onder de 12 jaar van hem/haar zelf uitgaat of het openbaar ministerie dan kan de rechter dit niet weigeren.

Persoonlijke verschijning van partijen

Als er minderjarigen betrokken zijn waarover maatregelen moeten beslist worden dan moeten de partijen altijd persoonlijk verschijnen op de zitting (inleiding en pleitzitting) zoniet dan lopen zij het risico dat hun vordering vervallen verklaard wordt of dat een beslissing wordt genomen in hun afwezigheid.

Persoonlijke verschijning is eveneens verplicht als het over de afzonderlijke verblijfplaats gaat, het ouderlijk gezag, de verblijfsregeling, persoonlijk contact en onderhoudsverplichtingen.

Slotoverweging

De snelheid van procederen voor deze “nieuwe” familierechtbank valt nog af te wachten waarbij een coherente organisatie binnen de magistratuur noodzakelijk zal zijn.

Hetzelfde kan worden gesteld over de rol van de kamers voor minnelijke schikking. De wet voorziet dat bij het inleiden van het dossier de partijen uitdrukkelijk informatie verstrekt krijgen over de mogelijkheden tot minnelijke schikking, waaronder bemiddeling. Indien partijen hiertoe bereid zijn dan kan de procedure worden opgeschort voor bemiddeling of kunnen partijen worden doorverwezen naar een kamer van minnelijke schikking. De vraag kan gesteld worden of dit voldoende zal zijn om partijen tot bemiddeling te kunnen aansporen? De rechters vervullen hierbij onmiskenbaar een belangrijke rol.

Het is dus af te wachten op welke wijze de nochtans cruciale rol van de familiale bemiddelaars in familiale geschillen on the field een plaats zal kunnen veroveren en/of de (te) beperkte voorziening van de wetgever op dit vlak zijn doel niet voorbij schiet ondanks zijn nobele intenties?

 

Erven of sterven op een zo fiscaal voordelige maar veilige en wettelijke manier

De in de volksmond genaamde “erfenisrechten”, zijnde de successierechten, zijn in beginsel altijd verschuldigd in geval van overdracht van goederen door overlijden.

Er bestaan een aantal technieken om ter gelegenheid van uw overlijden (dat er ooit zal komen) reeds een aantal goederen over te dragen bij leven op een zo fiscaal voordelig mogelijke manier, bijvoorbeeld via het huwelijkscontract, vrijstelling van successierechten op de gezinswoning voor de langstlevende partner in Vlaanderen en Brussel, een schenking in onverdeeldheid en uit onverdeeldheidtreding (de techniek van de dubbele akte), gesplitste aankoop onder bepaalde voorwaarden, het oprichten van een patrimoniumvennootschap en handgift, het afsluiten van een vermogenskrediet, een levensverzekering…

Of dat één of meerdere van deze technieken interessant kunnen zijn voor u is afhankelijk van elke specifieke situatie afzonderlijk waarbij u rekening moet houden met de fictiebepalingen die de wetgever in het Wetboek van Successierechten heeft ingelast door bepaalde overdrachten bij leven onder bepaalde omstandigheden gelijk te stellen met een overdracht door overlijden en de rechtspraak hieromtrent.

Enkel en alleen op deze wijze zal het mogelijk zijn om uw vermogen op een veilige verantwoorde wijze en in overeenstemming met de wet te optimaliseren bij leven en alsnog de heffing van een hoger successierecht later te vermijden.

Bemiddelingsprotocol

Fleur Goister

Erkend bemiddelaar in familiale, burgerlijke en handelszaken

BEMIDDELINGSPROTOCOL

Tussen :
En :

Hierna “de partijen

En :

Hierna de bemiddelaar

WORDT HET VOLGENDE UITEENGEZET :

Tussen de partijen bestaat een geschil aangaande de ……..

De partijen wensen dit geschil op te lossen; te dien einde willen ze aan de bemiddelaar een bemiddelingsopdracht toevertrouwen.

PARTIJEN KOMEN DERHALVE ALS VOLGT OVEREEN :

  1. Vrijwillig verloop
    Partijen wensen overleg te plegen om, onder voorbehoud van al hun rechten, hun geschil bij te leggen. Elke partij mag, éénzijdig en discretionair, aan de bemiddeling een einde stellen. De bemiddeling gebeurt vrijwillig en elke partij verklaart zich akkoord om er op actieve wijze aan deel te nemen. Partijen behouden zich het recht voor om alle gerechtelijke en arbitrale procédures die ze nuttig zouden achten in werking te stellen. Alle procedures (met uitzondering van deze van louter conservatoire aard) zullen echter geschorst worden totdat een akkoord tussen de partijen tot stand is gekomen of totdat één der partijen of de bemiddelaar een einde stelt aan de bemiddeling.
  1. Rol van de bemiddelaar
    De bemiddelaar handelt in alle neutraliteit met het oog op het bevorderen van een minnelijk akkoord. Te dien einde zal hij pogen de voorwaarden te scheppen die het volgende zal toelaten of vergemakkelijken :het wederzijds geven van informatie en het begrip van de respectievelijke situaties van de partijen;
  • het bevorderen van de communicatie tussen de partijen aangaande hun moeilijkheden en verwachtingen;
  • het zoeken naar geschikte oplossingen om aan de verwachtingen van de partijen tegemoet te komen en om de vastgestelde moeilijkheden te overbruggen;
  • het bevorderen van een efficiënte en oprechte onderhandeling;
  • het sluiten door de partijen, op vrijwillige basis, van een dading die de bereikte oplossingen zal bevatten;
  1. Onpartijdigheid
    De bemiddelaar handelt steeds op neutrale en onpartijdige wijze. Hij zal geen juridische adviezen aan de partijen verstrekken. Indien hij een opinie geeft, zal deze slechts een indicatieve waarde hebben. Partijen verklaren zich akkoord om daar geen enkele juridische consequentie aan vast te knopen.
  2. Aanwezigheid op de bemiddelingsessies
    Partijen zullen de bemiddelingsessies bijwonen, desgevallend vergezeld van hun advocaten. Elke partij ziet er toe :
  • dat aan de bemiddelingsessies personen deelnemen die een dading mogen sluiten; en
  • dat de personen die persoonlijk kennis hebben van de pertinente feiten van het geschil aanwezig zijn opdat het overleg aangaande het dossier vlot en efficiënt zou kunnen verlopen.De bemiddelaar mag een persoon die hij aanduidt als toeschouwer tot de bemiddeling uitnodigen ten einde deze persoon de mogelijkheid te geven (op keus van de bemiddelaar), als passieve toeschouwer of als niet bezoldigde mede-bemiddelaar op te treden. Deze persoon moet dan een verbintenis aangaan volgens het model dat als bijlage 1 hierbij gaat.
  1. Vertrouwelijkheid
    Alles wat gezegd of geschreven wordt gedurende de bemiddeling wordt onder alle voorbehoud geformuleerd. De partijen verbinden zich ertoe hiervan niets in te roepen of bekend te maken in het kader van een bestaande of toekomstige gerechtelijke of arbitrale procedure. De bemiddelaar en de partijen (die zich ten deze voor zichzelf verbinden en die zich sterk maken voor hun raadslieden, vertegenwoordigers en alle personen die hen vergezellen) zien ertoe dat het vertrouwelijk karakter van de bemiddeling en van elk document dat in het kader van de bemiddeling ingeroepen of meegedeeld wordt, behouden blijft. De bemiddelaar mag, indien hij dit opportuun acht, een verbintenis opgesteld volgens het hierbij als bijlage 1 gevoegd model, te laten ondertekenen door elke persoon die aan de bemiddeling deelneemt.Niets in deze overeenkomst mag echter gezien worden als een beknotting van het recht van een partij om een document dat werd medegedeeld in het kader van de bemiddeling, in een gerechtelijke of andere procedure te gebruiken, wanneer deze partij reeds voordien over dit document beschikte of wanneer zij de mogelijkheid zou hebben gehad om dit document te bekomen en in te roepen.De bemiddelaar zal niet geroepen kunnen worden om in een gerechtelijke of andere procedure te getuigen. De partijen erkennen hem een zwijgrecht.

    Partijen komen verder overeen dat de overeenkomst(en) die zij bij de beëindiging van het bemiddelingsproces zouden kunnen sluiten alleen maar zullen bestaan wanneer zij door de beide partijen ondertekend zullen zijn geweest. Zij aanvaarden dat er geen overeenkomst zal bestaan zolang de akkoorden die in het kader van de bemiddeling zouden kunnen uitgewerkt worden niet in een tussen hen ondertekende schriftelijke overeenkomst zullen zijn vastgelegd.

    Onderhavig protocol, de overeenkomsten die bij de beëindiging van het bemiddelingsproces zouden kunnen gesloten worden, alsmede een eventueel document dat de mislukking van de bemiddeling vaststelt, vallen niet onder dit vertrouwelijkheidsverplichting.

  1. Caucussen
    De bemiddelaar mag, wanneer hij dit nuttig acht, apart (in “caucus”) met de ene of de andere partij overleg plegen; partijen mogen ook, op elk ogenblik, verzoeken om confidentieel met de bemiddelaar te overleggen.
  2. Waarde van het akkoord
    Het behoort, in principe, de bemiddelaar niet toe om zich omtrent de waarde of de opportuniteit van het bereikte akkoord uit te spreken. Deze moet de uitdrukking van de wil van de partijen zijn en hun “eigendom” blijven.
    Indien de bemiddelaar echter, daarin geleid door zijn eigen professionele ervaring en door zijn analyse en beoordelingscapaciteiten, meent dat het verder zetten van een bemiddeling een belangrijk risico inhoudt voor de ene of de andere partij, of tot een onevenwicht of manifeste onrechtvaardigheid voor een partij zou kunnen leiden moet hij de partijen daarvan op de hoogte brengen. Hij dient hen desgevallend te verzoeken het nodige te doen om daaraan te verhelpen. Indien hij dit nodig acht, mag hij de bemiddeling opschorten of er een einde aan stellen. De bemiddelaar handelt ten deze in alle onafhankelijkheid en laat zich enkel door zijn geweten leiden.
  1. Duur van de bemiddeling
    De partijen komen overeen dat de bemiddeling als volgt zal verlopen. Zij verbinden zich ertoe om te pogen de bemiddeling tot stand te brengen, in de mate van het mogelijke, binnen een beperkte tijdspanne, zodat de bemiddeling een einde neemt op of omstreeks [_______2016_] :
  • ondertekening van dit protocol;
  • onderzoeken van de dossiers en voorbereiding van de bemiddelingsbijeenkomst;
  • bemiddelingsbijeenkomst op [_______ 2016_];
  • eventuele vervolgsessies
  1. Honoraria
    De bemiddelingskosten worden gelijk verdeeld over alle partijen die de bemiddeling aanvragen tenzij anders bepaald.

o De administratieve kost voor een bemiddeling wordt gefactureerd door … en bedraagt … te betalen door elke partij

o De eerste bemiddelingssessie wordt gefactureerd aan … € te betalen door elke partij. Dit vaste bedrag omvat zowel de voorbereiding van de zaak als de bemiddelingssessie met de bemiddelaar.

o Wanneer een tweede bemiddelingssessie nodig is, zal de vergoeding worden berekend op basis van een uurloon van …€/u te betalen door elke partij.

o Extra kosten zullen worden gefactureerd in gelijke delen tussen elk van de partijen.

De bemiddelaar mag voorschotten op ereloon en onkosten vragen gedurende de bemiddeling.

De bemiddelaar zal de bemiddeling mogen opschorten of stopzetten indien één der partijen haar aandeel in de erelonen en onkosten die zij verschuldigd is, niet betaalt.

Opgesteld te [ ] in [ ] exemplaren; elke partij en de bemiddelaar erkennen hun exemplaar te hebben ontvangen.

____________________

____________________

____________________

de bemiddelaar

Hello

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén