Categorie: Contractueel vastleggen afspraken

Lot van verbeteringswerken in onroerend goed van patrimoniumvennootschap

Er bestaat te weinig bescherming in het huwelijksvermogensrecht na een scheiding tijdens de vereffening en verdeling in geval van renovaties, gefinancierd door de voormalige echtgeno(o)t(en) aan de gezinswoning aangekocht op naam van de patrimoniumvennootschap van de schoonfamilie.

Stel, U vindt de partner van uw leven en trouwt. Samen droomt u van een mooie toekomst in een parel van een huis. Met dank aanvaardt u de financiële bijdrage van uw schoonfamilie, die het te renoveren droomhuis met plezier aankoopt op naam van haar familievennootschap, waarvan ook uw partner bestuurder is. U zal (al dan niet samen met uw partner) zelf zorgen voor de verdere afwerking van de woning, en de kosten hiervan dragen. Met enthousiasme gaat u aan de slag in de woning en financiert u (al dan niet samen met uw partner) de werken die nog moeten worden uitgevoerd. Het eindresultaat is een droom van een woning.

Tot zover lijkt er zich geen enkel probleem te stellen.

Naderhand loopt het huwelijk spaak. De boedel moet worden verdeeld, maar wat gebeurt er met de opgewaardeerde gezinswoning bij de vereffening-verdeling? De gezinswoning, waaraan u zelf heeft gewerkt en prestaties heeft laten verrichten die u (mee) heeft betaald, verdwijnt volledig opgewaardeerd in de patrimoniumvennootschap van de voormalige schoonfamilie.

Het huwelijksvermogensrecht biedt in zulk geval geen enkele bescherming, zodat noodgedwongen enkel kan teruggevallen worden op de gemene rechtsgronden zoals zaakwaarneming, kostenleer, e.d. om een deel van deze kosten te recupereren, hetgeen niet vanzelfsprekend is.

In dergelijk geval is dus geen sprake van een eerlijke verdeling van de boedel, nu de ex-partner recht heeft op de helft van de boedel, maar tegelijkertijd een opgewaarde woning krijgt via de familievennootschap waarvan zij deel uitmaakt.

Deze situatie komt in de rechtspraktijk steeds vaker voor. Het is daarom aangewezen deze situaties voorafgaand te contractueel ondervangen.

 

Nieuwe omzettingsregeling leggen waarde vruchtgebruik vast

De bespreking van het principe van omzetting van vruchtgebruik na een overlijden is en blijft een heikel punt tussen erfgenamen met tegengestelde belangen (bijvoorbeeld het vruchtgebruik van de langstlevende tweede echtgenote en de blote eigendom van kinderen van overleden vader). Tot voor kort voorzag de wet niet in een duidelijke regel ter bepaling van welke waarde aan een vruchtgebruik kan worden toebedeeld.

Een aantal ruim omschreven aangereikte criteria (bijvoorbeeld de vermoedelijke levensduur van de vruchtgebruiker, waarde van de goederen, de schulden-zie het oude artikel 745§3sexies B.W.) gaven aanleiding tot verschillende interpretaties. Hierdoor ontstonden grote discussies in delicate zaken, vaak erfeniskwesties, waardoor een overeenkomst tussen partijen meestal uitgesloten was. Vaak diende dan ook een gerechtelijke procedure te worden opgestart en waarbij de rechter zelf beroep diende te doen op diverse (niet wettelijke) berekeningsformules.

Met de wet van 22 mei 2014 (BS 13 juni 2014) wordt een uniforme dwingende regel ingevoerd voor de waardering van het vruchtgebruik. Deze regel geldt bij omzetting van het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot maar ook wanneer vruchtgebruiker en blote eigenaars beslissen om samen een onroerend goed te verkopen zonder noodzakelijkerwijze al afspraken te moeten maken over de verdeling van de opbrengst ervan.

Voor elk verzoek tot omzetting zal de waardering vanaf 25 januari 2015 gebeuren op basis van de jaarlijkse omzettingstabellen die bij Ministerieel Besluit worden vastgelegd waarin percentages worden bepaald die zullen worden toegepast op de verkoopwaarde van goederen, in functie van het geslacht van de vruchtgebruiker en zijn leeftijd op datum van verzoek tot omzetting.

Belangrijk om te weten is dat partijen nog steeds wel kunnen overeenkomen om van deze regels af te wijken (keuzevrijheid), hetgeen noodzakelijk zou kunnen zijn wanneer iemand bijvoorbeeld terminaal ziek is.

De nieuwe uniforme dwingende regel met concrete waardering (maar met behoud van keuzevrijheid indien nodig) zal alleszins een valabele hulp zijn bij de afwikkeling van vele erfeniskwesties en discussies op dat vlak indijken.

 

Extra veel echtscheidingen op komst

Door de nakende afschaffing van de ‘miserietaks’ besloten in het laatste kwartaal van 2014 heel wat koppels het nog eventjes bij elkaar uit te houden. Het aantal echtscheidingen ligt daarom nu in januari een pak hoger.

Heel wat koppels hebben in het voorbije 2014 hun echtscheidingsplannen ‘on hold’ gezet om te wachten op de verlaging van de miserietaks vanaf 1 januari dit jaar. Dat uitstel kon hen immers al snel een verschil van 2.000 à 3.000 euro opleveren aan ‘miserietaks.’ Dat is de verdeeltaks die moet worden betaald wanneer gezamenlijke eigenaars van een pand – bijjvoorbeeld de gezinswoning – beslissen dat een van hen de andere uitkoopt.

Deze verdeeltaks is vanaf 1 januari 2015 in ons Vlaams Gewest opnieuw verlaagd naar 1 procent. Tot 1 augustus 2012 was het tarief van 1 procent van het registratierecht uniform in de drie gewesten van België. De Vlaamse regering besloot evenwel in 2012 om dit tarief meer dan te verdubbelen van 1 naar 2,5 procent en dit om louter budgettaire redenen.

Verhuis uit gezinswoning

Vanuit menselijk oogpunt was deze ‘miseriemaatregel’ onaanvaardbaar. Koppels werden – zonder echt aanvaardbare reden – plots geconfronteerd met een extra tax waarmee ze dienden rekening te houden. Dit had voor gevolg dat in de praktijk de ex-partner die bijvoorbeeld het aandeel in de gezinswoning van zijn toekomstige ex-partner wenste over te kopen, dit net niet kon omdat hij bijvoorbeeld juist geen herfinanciering kon krijgen bij de bank. Wat gevolgen had voor de kinderen en zelfs voor de afspraken rond hun verblijfsregeling. Beide ex-partners dienden zich te voorzien in een nieuwe woonst (in plaats van één), waardoor de kinderen uit de vertrouwde gezinswoning moesten verhuizen, met allerhande andere dubbele kosten tot gevolg.

Deze miserietaks werd dan ook terecht fel bekritiseerd. De Vlaamse regering zag dit in en trok de verhoging nu in. Uit de echt gescheidenen met onderlinge toestemming of op grond van onherstelbare ontwrichting en de ex wettelijk samenwonenden genieten voortaan vanaf 1 januari 2015 opnieuw van de verlaagde verdeeltaks van 1 procent. Evenwel voor koppels die in het Vlaamse Gewest nog voor 31.12.2014 een regeling rond hun verdeling hebben getroffen en een overeenkomst hebben ondertekend, blijft de miserietaks van 2,5 procent van toepassing, ook wanneer hun echtscheiding pas in 2015 ingeschreven wordt.

Buitenverblijven

Voorts is de nieuwe verlaagde verdeeltaks niet alleen van toepassing op de gezinswoning, maar op alle onroerende goederen die moeten verdeeld worden. Tweede verblijven, buitenverblijven, enz … vallen dus ook onder de regeling. Ook het afstaan of de verdeling van het vruchtgebruik of van de naakte eigendom valt onder de nieuwe tariefverlaging van 1 procent.

Nog enkele nieuwigheden. De verdeeltaks van 1 procent blijft ook geldig wanneer er na de echtscheiding geen einde komt aan de verdeeldheid, hetgeen betekent dat wanneer de omstandigheid zich voordoet dat een koppel beslist om nog een tijd in onverdeeldheid te blijven na de scheiding, deze taks van 1 procent gehandhaafd blijft. Koppels die in België onroerend goed hebben, maar in een andere Europese lidstaat uit de echt scheiden, genieten voortaan ook van de nieuwe verlaagde verdeeltaks van 1 procent.

Tenslotte moet nog vermeld worden dat voor de feitelijk samenwonenden die scheiden helaas nog niets werd voorzien door de Vlaamse regering. Zij vallen dus uit de boot en genieten niet van het verlaagd tarief. Voor hen blijft de miserietaks van 2,5 procent momenteel nog van toepassing.

 

 

 

 

 

Bemiddelingsprotocol

Fleur Goister

Erkend bemiddelaar in familiale, burgerlijke en handelszaken

BEMIDDELINGSPROTOCOL

Tussen :
En :

Hierna “de partijen

En :

Hierna de bemiddelaar

WORDT HET VOLGENDE UITEENGEZET :

Tussen de partijen bestaat een geschil aangaande de ……..

De partijen wensen dit geschil op te lossen; te dien einde willen ze aan de bemiddelaar een bemiddelingsopdracht toevertrouwen.

PARTIJEN KOMEN DERHALVE ALS VOLGT OVEREEN :

  1. Vrijwillig verloop
    Partijen wensen overleg te plegen om, onder voorbehoud van al hun rechten, hun geschil bij te leggen. Elke partij mag, éénzijdig en discretionair, aan de bemiddeling een einde stellen. De bemiddeling gebeurt vrijwillig en elke partij verklaart zich akkoord om er op actieve wijze aan deel te nemen. Partijen behouden zich het recht voor om alle gerechtelijke en arbitrale procédures die ze nuttig zouden achten in werking te stellen. Alle procedures (met uitzondering van deze van louter conservatoire aard) zullen echter geschorst worden totdat een akkoord tussen de partijen tot stand is gekomen of totdat één der partijen of de bemiddelaar een einde stelt aan de bemiddeling.
  1. Rol van de bemiddelaar
    De bemiddelaar handelt in alle neutraliteit met het oog op het bevorderen van een minnelijk akkoord. Te dien einde zal hij pogen de voorwaarden te scheppen die het volgende zal toelaten of vergemakkelijken :het wederzijds geven van informatie en het begrip van de respectievelijke situaties van de partijen;
  • het bevorderen van de communicatie tussen de partijen aangaande hun moeilijkheden en verwachtingen;
  • het zoeken naar geschikte oplossingen om aan de verwachtingen van de partijen tegemoet te komen en om de vastgestelde moeilijkheden te overbruggen;
  • het bevorderen van een efficiënte en oprechte onderhandeling;
  • het sluiten door de partijen, op vrijwillige basis, van een dading die de bereikte oplossingen zal bevatten;
  1. Onpartijdigheid
    De bemiddelaar handelt steeds op neutrale en onpartijdige wijze. Hij zal geen juridische adviezen aan de partijen verstrekken. Indien hij een opinie geeft, zal deze slechts een indicatieve waarde hebben. Partijen verklaren zich akkoord om daar geen enkele juridische consequentie aan vast te knopen.
  2. Aanwezigheid op de bemiddelingsessies
    Partijen zullen de bemiddelingsessies bijwonen, desgevallend vergezeld van hun advocaten. Elke partij ziet er toe :
  • dat aan de bemiddelingsessies personen deelnemen die een dading mogen sluiten; en
  • dat de personen die persoonlijk kennis hebben van de pertinente feiten van het geschil aanwezig zijn opdat het overleg aangaande het dossier vlot en efficiënt zou kunnen verlopen.De bemiddelaar mag een persoon die hij aanduidt als toeschouwer tot de bemiddeling uitnodigen ten einde deze persoon de mogelijkheid te geven (op keus van de bemiddelaar), als passieve toeschouwer of als niet bezoldigde mede-bemiddelaar op te treden. Deze persoon moet dan een verbintenis aangaan volgens het model dat als bijlage 1 hierbij gaat.
  1. Vertrouwelijkheid
    Alles wat gezegd of geschreven wordt gedurende de bemiddeling wordt onder alle voorbehoud geformuleerd. De partijen verbinden zich ertoe hiervan niets in te roepen of bekend te maken in het kader van een bestaande of toekomstige gerechtelijke of arbitrale procedure. De bemiddelaar en de partijen (die zich ten deze voor zichzelf verbinden en die zich sterk maken voor hun raadslieden, vertegenwoordigers en alle personen die hen vergezellen) zien ertoe dat het vertrouwelijk karakter van de bemiddeling en van elk document dat in het kader van de bemiddeling ingeroepen of meegedeeld wordt, behouden blijft. De bemiddelaar mag, indien hij dit opportuun acht, een verbintenis opgesteld volgens het hierbij als bijlage 1 gevoegd model, te laten ondertekenen door elke persoon die aan de bemiddeling deelneemt.Niets in deze overeenkomst mag echter gezien worden als een beknotting van het recht van een partij om een document dat werd medegedeeld in het kader van de bemiddeling, in een gerechtelijke of andere procedure te gebruiken, wanneer deze partij reeds voordien over dit document beschikte of wanneer zij de mogelijkheid zou hebben gehad om dit document te bekomen en in te roepen.De bemiddelaar zal niet geroepen kunnen worden om in een gerechtelijke of andere procedure te getuigen. De partijen erkennen hem een zwijgrecht.

    Partijen komen verder overeen dat de overeenkomst(en) die zij bij de beëindiging van het bemiddelingsproces zouden kunnen sluiten alleen maar zullen bestaan wanneer zij door de beide partijen ondertekend zullen zijn geweest. Zij aanvaarden dat er geen overeenkomst zal bestaan zolang de akkoorden die in het kader van de bemiddeling zouden kunnen uitgewerkt worden niet in een tussen hen ondertekende schriftelijke overeenkomst zullen zijn vastgelegd.

    Onderhavig protocol, de overeenkomsten die bij de beëindiging van het bemiddelingsproces zouden kunnen gesloten worden, alsmede een eventueel document dat de mislukking van de bemiddeling vaststelt, vallen niet onder dit vertrouwelijkheidsverplichting.

  1. Caucussen
    De bemiddelaar mag, wanneer hij dit nuttig acht, apart (in “caucus”) met de ene of de andere partij overleg plegen; partijen mogen ook, op elk ogenblik, verzoeken om confidentieel met de bemiddelaar te overleggen.
  2. Waarde van het akkoord
    Het behoort, in principe, de bemiddelaar niet toe om zich omtrent de waarde of de opportuniteit van het bereikte akkoord uit te spreken. Deze moet de uitdrukking van de wil van de partijen zijn en hun “eigendom” blijven.
    Indien de bemiddelaar echter, daarin geleid door zijn eigen professionele ervaring en door zijn analyse en beoordelingscapaciteiten, meent dat het verder zetten van een bemiddeling een belangrijk risico inhoudt voor de ene of de andere partij, of tot een onevenwicht of manifeste onrechtvaardigheid voor een partij zou kunnen leiden moet hij de partijen daarvan op de hoogte brengen. Hij dient hen desgevallend te verzoeken het nodige te doen om daaraan te verhelpen. Indien hij dit nodig acht, mag hij de bemiddeling opschorten of er een einde aan stellen. De bemiddelaar handelt ten deze in alle onafhankelijkheid en laat zich enkel door zijn geweten leiden.
  1. Duur van de bemiddeling
    De partijen komen overeen dat de bemiddeling als volgt zal verlopen. Zij verbinden zich ertoe om te pogen de bemiddeling tot stand te brengen, in de mate van het mogelijke, binnen een beperkte tijdspanne, zodat de bemiddeling een einde neemt op of omstreeks [_______2016_] :
  • ondertekening van dit protocol;
  • onderzoeken van de dossiers en voorbereiding van de bemiddelingsbijeenkomst;
  • bemiddelingsbijeenkomst op [_______ 2016_];
  • eventuele vervolgsessies
  1. Honoraria
    De bemiddelingskosten worden gelijk verdeeld over alle partijen die de bemiddeling aanvragen tenzij anders bepaald.

o De administratieve kost voor een bemiddeling wordt gefactureerd door … en bedraagt … te betalen door elke partij

o De eerste bemiddelingssessie wordt gefactureerd aan … € te betalen door elke partij. Dit vaste bedrag omvat zowel de voorbereiding van de zaak als de bemiddelingssessie met de bemiddelaar.

o Wanneer een tweede bemiddelingssessie nodig is, zal de vergoeding worden berekend op basis van een uurloon van …€/u te betalen door elke partij.

o Extra kosten zullen worden gefactureerd in gelijke delen tussen elk van de partijen.

De bemiddelaar mag voorschotten op ereloon en onkosten vragen gedurende de bemiddeling.

De bemiddelaar zal de bemiddeling mogen opschorten of stopzetten indien één der partijen haar aandeel in de erelonen en onkosten die zij verschuldigd is, niet betaalt.

Opgesteld te [ ] in [ ] exemplaren; elke partij en de bemiddelaar erkennen hun exemplaar te hebben ontvangen.

____________________

____________________

____________________

de bemiddelaar

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén