Auteur: fleur (Page 1 of 2)

Deel VII De positie van de langstlevende echtgenoot in het huwelijksvermogensrecht én erfrecht

Bij samenloop van een langstlevende echtgenoot met erfgerechtigden van de vierde graad, verliezen deze laatsten hun erfrechtelijke roeping. De langstlevende echtgenoot zal dan de hele nalatenschap van de eerststervende in volle eigendom erven.

Bij nieuw samengestelde gezinnen wordt het mogelijk om de concrete reserve te ontnemen aan de langstlevende echtgenoot (uitbreiding Valckeniersbeding).

Overige aanpassingen (niet-limitatief)

De opheffing van het verbod op verkoop tussen echtgenoten

De mogelijkheid om bij de aankoop van een onroerend goed door twee ongehuwde partners (ieder voor een gelijk deel) dit onroerend goed anticipatief in te brengen in een eventuele toekomstige huwgemeenschap. Op deze wijze worden niet enkel kosten bespaard maar wordt vermeden dat de latere inbreng ervan wordt vergeten.

Inwerkingtreding

De nieuwe bepalingen inzake erfrecht zijn geldig op nalatenschappen die openvallen na inwerkingtreding van deze wet (=vanaf 1 september 2018).

Wat de nieuwe bepalingen met betrekking tot huwelijksvermogensrecht betreft, is de wet van toepassing op huwelijken die worden gesloten na inwerkingtreding van de wet én op echtgenoten die gehuwd waren op het ogenblik van de inwerkingtreding wet maar die nadien over zijn gegaan tot wijziging van hun huwelijksvermogensstelsel die een ontbinding ervan tot gevolg heeft. Wat echtgenoten betreft die reeds gehuwd waren op het ogenblik van de inwerkingtreding van de wet en die niet zijn overgegaan tot een wijziging die de ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel tot gevolg had, geldt de rechterlijke billijkheidcorrectie niet igv een stelsel van scheiding van goederen).

Deel VI Nieuwe regels in geval van vereffening-verdeling met correctiemechanismen bij scheiding van goederen: het wettelijk verrekening beding

Verrekening van aanwinsten: bij de opmaak van het huwelijkscontract spreken de partners af hoeveel procent de andere kan krijgen in geval van ontbinding van het huwelijk. Op deze manier delen de echtgenoten toch in de beroepsinkomsten van de andere echtgenoot tijdens het huwelijk. Dit is nog steeds een scheiding van goederen (twee eigen vermogens, geen gemeenschap) maar bij ontbinding van het huwelijk zal de economisch sterkere echtgenoot een geldsom betalen aan de economisch zwakkere echtgenoot. Deze regeling zorgt voor een mooi evenwicht tussen autonomie en solidariteit tussen de gehuwden.

Rechterlijke billijkheidscorrectie: in geval van een oneerlijke situatie kan deze correctie als ‘vangnet’ dienen voor de echtgenoot die in het nadeel is. Bijvoorbeeld: een man heeft zijn carrière opzijgezet en is huisvader geworden om voor de kinderen te zorgen terwijl de vrouw als zelfstandige de alleenverdiener is. De huisvader heeft een chronische ziekte die kosten met zich meebrengt. Bij een scheiding valt de huisvader zonder inkomsten. Hij kan de rechter vragen om alsnog een deel van de inkomsten (maximaal 1/3) van zijn ex-partner te ontvangen. Dit deel wordt via huwelijkscontract vastgelegd.

De notaris wordt steeds verplicht om de betrokkenen te informeren over de mogelijkheden binnen de regeling van de scheiding van goederen zoals hierboven vermeld. Indien hij dit nalaat, is de notaris aansprakelijk. De informatieplicht zorgt er bovendien voor dat de mensen bewust zullen nadenken bij de opmaak  van hun huwelijkscontract. Belangrijk om eventuele problemen in de toekomst te vermijden.

Het hervormd huwelijksvermogensrecht voorziet uitdrukkelijk in een wettelijk kader voor het verrekenbeding, op basis waarvan tijdens het huwelijk opgebouwde aanwinsten bij ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel worden verrekend (verdeeld) tussen de echtgenoten. Zonder een dergelijk verrekenbeding zou de echtgenoot die zijn beroepsactiviteiten heeft geminderd om voor het huishouden en de kinderen te zorgen aanzienlijk minder krijgen dan de andere echtgenoot. Er wordt een rechterlijke billijkheidscontrole voorzien wanneer de echtgenoten hiervoor opteren in hun huwelijkscontract. De rechter kan dan een deel van de inkomsten van de meest verdienende echtgenoot (met een maximum van 1/3e) toekennen aan de andere echtgenoot wanneer onvoorziene omstandigheden tot een onbillijk financieel onevenwicht tussen beide echtgenoten hebben geleid.

Deel V Nieuwe regels in geval van vereffening-verdeling bij een gemeenschap

In verband met eigen goederen en wederbelegging

Indien goederen voor  meer dan de helft met eigen geld zijn betaald dan zullen ze als eigen worden beschouwd (artikel 1404 B.W.). Voor onroerende goederen is er dan een verklaring van wederbelegging vereist maar niet voor roerende goederen, noch een wil van wederbelegging. Voor het gedeelte dat met gemeenschappelijk geld werd betaald zal er een vergoeding verschuldigd zijn.

Verder zijn de toebehoren van eigen goederen of rechten eigen, zonder onderscheid tussen roerend of onroerend goed.

Tevens zijn eigen de niet afgekochte of niet uitgekeerde levensverzekering. Hiervoor zal wel vergoeding verschuldigd zijn voor de premies die met de gemeenschapsgelden werden betaald. 

Titre et finance

Aan de discussie of beroepsgoederen , aandelen en cliënteel eigen vermogen zijn of niet wordt een einde gemaakt. Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen eigendomsrecht (‘titre’) en vermogenswaarde (‘finance’). De ‘titre’ is altijd eigen, de economische waarde gerealiseerd tijdens het huwelijk wordt gemeenschappelijk.” De waarde dient verrekend te worden op het tijdstip van de ontbinding.

Deze nieuwe regels inzake titre et finance zijn van toepassing op roerende of onroerende professionele uitrustingen  op voorwaarde van exclusief gebruik voor beroepsdoeleinden van deze goederen, op cliënteel tijdens huwelijk opgebouwd, enkel economische waarde en professionele venootschapsaandelen op naam van één van de echtgenoot, die voor minstens 50 % met gemeenschappelijk geld werden betaald en op naam van 1 echtgenoot.

Piercing in het recht

Inzake de vergoedingsregels wordt bijkomend voorzien in de wet dat vergoeding verschuldigd zal zijn aan de gemeenschap in geval van onttrekking van beroepsinkomsten aan de gemeenschap door beroepsuitoefening in een vennootschap (Piercing the corporate veil).

Ook zal vergoeding verschuldigd zijn naar aanleiding van levensverzekeringspremies, ongevallenvergoeding en opzeggingsvergoeding.

Passief

Wat betreft het passief van de gemeenschap zijn schulden verbonden aan ingebracht goed gemeenschappelijk  tenzij hiervan in het huwelijkscontract zou worden afgeweken.

Er worden verder onzekerheden weggewerkt over het statuut (eigen of gemeenschappelijk) van individuele levensverzekeringen (groepsverzekeringen zijn daarentegen uitdrukkelijk uitgesloten van deze hervorming), schade- en ongevallenvergoedingen, aandelen, cliënteel en beroepsgoederen.

Hiervoor wordt een onderscheid gemaakt tussen het eigendomsrecht (dat in principe eigen is) en de vermogenswaarde (dat in principe gemeenschappelijk is indien deze opgebouwd werd tijdens het huwelijk).

Als de verzekerde prestatie niet opeisbaar wordt bij de ontbinding van het huwelijk, zijn de aanspraken eigen mits vergoeding aan de gemeenschap. Indien de verzekerde prestatie daarentegen opeisbaar wordt bij ontbinding van het huwelijk zijn de aanspraken eigen o voorwaarde van vergoeding wanneer de levensverzekering werd afgesloten in het eigen voordeel van de langstlevende echtgenoot of eigen zonder vergoeding wanneer de levensverzekering werd afgesloten door de overleden echtgenoot in het voordeel van de andere.

Het recht op schadevergoedingis eigen maar voor het statuut van de vergoeding moet een onderscheid worden gemaakt naar gelang de soort schade (morele=eigen, fysieke=gemeenschappelijk indien dekking inkomstenverlies, medische kosten, rehabilitatie en huishoudelijke hulp is gemeenschappelijk. Ook voor beroepsgoederen, aandelen en cliënteelgeldt voormeld onderscheid: het eigendomsrecht is eigen aan de beroepsactieve echtgenoot of de echtgenoot op wiens naam de aandelen werden ingeschreven, maar de vermogenswaarde die werd opgebouwd tijdens het huwelijk valt (onmiddellijk en niet pas vanaf de ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel) in de huwgemeenschap. Bij ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel zal de beroepsactieve echtgenoot zijn beroepsgoederen bijgevolg mogen behouden maar hij zal wel een vergoeding verschuldigd zijn aan de gemeenschap die gelijk is aan de waarde van deze beroepsgoederen op het ogenblik van de ontbinding (niet langer aan de aankoopwaarde).

Deel IV Nieuwe regels in geval van de vereffening-verdeling bij scheiding van goederen

De wetgever voorziet uitdrukkelijk de beëindiging van de onverdeeldheid, ook tijdens het stelsel, behalve in geval van een bestemde onverdeeldheid (art. 1468 B.W. ), alsmede is een inkoop nu ook mogelijk zonder machtiging van de rechter (art. 1469 B.W.)

De wetgever voorziet ook uitdrukkelijk onder dit stelsel in een preferentiële toewijzing bij ontbinding stelsel (art.1389/2B.W.) wat voordien niet mogelijk was in een stelsel van scheiding van goederen.

Het gaat over de volgende goederen: de gezinswoning, de inboedel en de beroepsgoederen die onroerend of roerend zijn in geval van een gezamenlijke beroepsuitoefening, waarbij het criterium de belangen van de beide echtgenoten en hun financiële opportuniteiten zal zijn.

Bewijsregels – ongebreideld indien geen conventionele afspraken

Nieuw is dat thans alle bewijsmiddelen toegelaten worden om de schuldvordering tussen de echtgenoten te bewijzen, dus zelfs zonder een geschrift wanneer er niets conventieel geregeld is. Voor de schuldvorderingen tussen echtgenoten die tijdens dit stelsel ontstaan zal er wel zoals altijd al het geval is eerst moeten worden nagegaan wat er in het huwelijkscontract al dan niet geregeld of over afgesproken werd tussen de echtgenoten, welke vermoedens er spelen en werden afgesproken tussen de echtgenoten..

Deel III Actualisatie Huwelijksvermogensrecht

De nieuwe wet huwelijksvermogensrecht is van toepassing op vereffeningen-verdelingen vanaf 1 september 2018, voor zover de echtscheiding vanaf die datum is ingeleid.

Deze nieuwe wet omvat diverse nieuwigheden die worden besproken bij GF Family Law ingeval van echtscheiding en om u wegwijs te maken in uw vereffening-verdeling van uw huwgemeenschap. Er volgt een verfijning van de regels van het wettelijk stelsel, correcties op de regels voor scheiding van goederen, verruimd toepassingsgebied van onder meer huwelijksvoordelen, preferentiële toewijzing, de positie van de LLE.

Deze nieuwe wet zorgt voor meer zekerheid.

Formule Renard

De Formule Renard

Deel I Vereffening en verdeling

Een hond is maar een roerend goed?

Antwoord:
Humaan gezien zeker en vast niet, maar vanuit juridisch-technisch absoluut wel.

Belangrijke vragen en tips in verband met de hond in geval van een echtscheiding:

1. Ga eerst na onder welk stelsel dat u gehuwd bent (wettelijk stelsel, stelsel scheiding van goederen of algehele gemeenschap) om te kunnen besluiten of de hond een eigen goed of een goed in onverdeeldheid wordt.
2. Ga na wanneer u de hond heeft aangekocht en of hij geregistreerd is?
3. Wie betaalde voor de hond, wanneer en van welke rekening?

Wie de hond krijgt is dus strikt juridisch gezien een zuivere vereffening-verdelingskwestie. Het opstarten van procedures waarin een week-week regeling wordt gevorderd voor de hond is dan ook juridisch gezien onjuist en kent geen wettelijke grondslag. Sommige rechtspraak hanteert een wandelrecht maar hiervoor bestaat evenmin een wettelijke grondslag. Hoogstens kan vanuit een wettelijke basis een (voorlopige) verdeling van het genot van het dier, de zaak, gesproken worden. Terecht wordt in sommige rechtspraak opgemerkt of zulke maatregel wel als diervriendelijk kan worden beschouwd. Sommige auteurs benoemen dieren als quasi-goederen en bepleiten de juridisch-technische wenselijkheid van een bijzonder statuut voor dieren tussen goederen en rechtssubjecten. Maar een wettelijke basis hiervoor bestaat actueel niet.
De strijd om de hond komt nochtans regelmatig voor in het kader van een echtscheiding en indien er geen uitdrukkelijk eigendomsbewijs is, blijft de uitkomst dus onzeker.
Weeral een reden om voor bemiddeling te kiezen.

Fleur Goister – advocaat – erkend bemiddelaar bij GF FAMILY LAW (www.fleurgoister.be)

Deel II Vereffening en verdeling

Een opfrissing in notendop van een aantal algemene oneliners in het kader van vereffening-verdeling na echtscheiding
De vereffening- verdeling in het wettelijk stelsel
De meeste echtgenoten zijn gehuwd onder het wettelijke stelsel (stelsel van scheiding van goederen en gemeenschap van aanwinsten).
1. De vermogens uit elkaar halen
Om de vermogens van de ex-echtgenoten uit elkaar te halen moet in principe een bijzonder complexe procedure worden gevolgd. In de praktijk gebeurt dit zeker niet altijd, u moet dit vermijden indien mogelijk. Dit is al een reden om voor bemiddeling te kiezen.
Bij de vereffening verdeling is de eerste vraag welke goederen eigen zijn en welke gemeenschappelijk. Elke echtgenoot mag de eigen goederen behouden. De gemeenschappelijke goederen moeten verdeeld worden. Daarbij bestaat een vermoeden van gemeenschap ten voordele van het gemeenschappelijke vermogen. Dit betekent dat de echtgenoot die beweert dat een bepaald goed, bijvoorbeeld in het geval van de hond, tot zijn eigen vermogen behoort, dat moet bewijzen. Hij moet dus aantonen dat hij het goed al bezat op het ogenblik van het huwelijk of dat hij het kreeg via een schenking.
Hoe kan hij dit bewijzen?
Eigendomsdocumenten en bankdocumenten vormen een goed bewijs maar deze laatst vermelde stukken worden niet onbeperkt bijhouden. Indien u ze niet meer heeft dan moet u ze tijdig opvragen aan de bank, waarvoor u bovendien een kost zal moeten betalen.
U zal ook best aantonen dat de hond op uw naam is geregistreerd.
– Verder is het mogelijk dat het eigen vermogen heeft geïnvesteerd in het gemeenschappelijk of omgekeerd. In dat geval zal door het verrijkte vermogen een vergoeding moeten worden betaald aan het verarmde vermogen. Dit is bijvoorbeeld het geval als de echtgenoten hebben gebouwd op de grond van één van beiden.
– Opbrengsten van goederen uit het gemeenschappelijke vermogen vanaf het begin van de echtscheidingsprocedure tot de uiteindelijke vereffening-verdeling moeten worden verdeeld. (intresten op spaarrekeningen, uit kasbons of obligaties… of huurgelden van een woning).
– De echtgenoot die in de echtelijke woning bleef tijdens de echtscheidingsprocedure moet een woonstvergoeding aan de ex-partner betalen. Die vergoeding wordt gebaseerd op de huurwaarde van het onroerend goed.
– Ook de eigenaarslasten die nog werden betaald (onroerende voorheffing, brandverzekering, afbetaling hypothecaire lening,…) moeten worden verrekend.
2. Het gemeenschappelijke vermogen verdelen
Nadat het gemeenschappelijke vermogen exact is bepaald, moet het worden verdeeld.
Als de ex-echtgenoten het eens zijn over wie wat toekomt dan is er geen enkel probleem. Er kan worden overeengekomen dat wie meer waardevolle goederen krijgt de andere partij een oplegsom zal betalen of ofwel neemt één van de echtgenoten de goederen over met akkoord van de andere. Wat betreft de onroerende goederen, meer in het bijzonder ook de gezinswoning verwijs ik naar mijn artikel over de miserietaks.
Wanneer er geen akkoord is, kan één van de ex-echtgenoten aan de rechter de preferentiële toewijzing van de gezinswoning en de huisraad of van het onroerend goed dat dient voor de uitoefening van zijn/haar beroep vragen (voor andere goederen is de toewijzing niet mogelijk). Het goed wordt dan toegewezen tegen de prijs die vastgesteld wordt door een schatter. Een openbare verkoop is enkel mogelijk als er geen akkoord is, als er geen verdeling in natura mogelijk is én als er geen preferentiële toewijzing wordt gevraagd.
Wanneer de ex-echtgenoten het niet eens en worden de goederen openbaar verkocht. Strikt juridisch valt de hond hieronder.
3. De notaris doet een voorstel
Nadat de echtgenoten hun aanspraken hebben laten kennen, maakt de notaris een staat van vereffening en verdeling op. Hij geeft zijn voorstel over hoe de zaken moeten worden verdeeld in een ontwerp van staat. Zijn de ex-echtgenoten of één van hen het daarmee niet eens, dan kunnen zij op het voorstel van de notaris zogenaamde zwarigheden (opmerkingen) laten kennen. Komt er uiteindelijk geen oplossing uit de bus, dan maakt de notaris het dossier over aan de rechtbank met zijn advies om daar de knoop te laten doorhakken. Heeft de rechter een definitieve beslissing genomen, dan gaat het dossier opnieuw naar de notaris.

Uit onverdeeldheid treden bij scheiding van goederen
In een stelsel van scheiding van goederen, liggen de zaken eenvoudiger. De onverdeelde goederen moeten verdeeld worden en vaak moeten er ook verrekeningen gebeuren.
Wanneer de echtgenoten het met elkaar eens zijn dat een van hen de onverdeelde goederen overneemt, dan betaalt diegene die overneemt een prijs aan de andere.
Wanneer ze het niet eens zijn dan worden de goederen verkocht, wat meestal openbaar gebeurt.
Bij een stelsel van scheiding van goederen kunnen echtgenoten geen preferentiële toewijzing vragen. Het is dus niet mogelijk dat de gezinswoning of de huisraad wordt toegewezen aan een van beiden als de andere ex-echtgenoot het daarmee niet eens is. Dit is wel een stok achter de deur om overeen te moeten komen.
Ook bij scheiding van goederen geraken de goederen (en schulden) van de partners na verloop van jaren vermengd. Ook hier kan het zijn dat een van de echtgenoten vanuit zijn vermogen heeft geïnvesteerd in het vermogen van de andere. Is dat het geval, dan kan de echtgenoot die investeringen deed, daar een mogelijke vergoeding (mits rechtsgrond en voorwaarden waarop hier niet verder wordt ingegaan) voor vragen. Belangrijk hierbij is dat vooreerst de (uitsluitings)clausuleringen/dag-per-dag verrekeningsbedingen in het huwelijkscontract worden nagekeken.
De verdeling bij samenwonenden
Bij feitelijk samenwonenden. Indien mensen die feitelijk samenwoonden uiteen gaan, rijst vaak een probleem. Meestal hebben zij geen samenlevingscontract afgesloten. Raken ze het niet eens over wat er met hun goederen dient te gebeuren, dan kunnen zij een procedure starten voor de rechtbank van eerste aanleg, de familierechtbank om daar de uitonverdeeldheidtreding te vragen. Ook in een dergelijke procedure zal de rechtbank een notaris aanstellen.
Bovendien kan de rechtbank de ex-partner die nog goederen in zijn bezit heeft die exclusief de eigendom zijn van de andere, bevelen die terug te geven. Ook hier geldt dat wie beweert dat bepaalde goederen zijn eigendom zijn, het bewijs daarvan moet leveren. Slaagt hij daar niet in, dan worden de goederen geacht in onverdeeldheid te zijn.
De notaris zal ook hier nagaan of er een akkoord is tussen de echtgenoten van wat er met de goederen moet gebeuren. Is dat niet het geval, dan zullen ze in natura worden verdeeld tussen de gewezen partners of worden verkocht.
Bij wettelijk samenwonenden (er is een verklaring afgelegd bij de burgerlijke stand) gelden ongeveer dezelfde regels. Het principe is dat elke partner de goederen behoudt waarvan hij de eigendom kan bewijzen, de inkomsten daaruit en de inkomsten uit arbeid. Wettelijk samenwonenden kunnen afwijken van deze regeling in een overeenkomst, opgesteld door een notaris.

Ouderverstoting-wees alert!

Bij ouderverstoting wordt één van beide ouders zwartgemaakt bij het kind, of weggehouden uit het leven van het kind. Wanneer hier niet wordt ingegrepen kan het kind PAS (Parental Alienation Syndrome) ontwikkelen en hier de rest van zijn leven last van houden. Ouderverstoting komt het meest voor bij vrouwen (90%) die de ex-partner (de man) zwart maakt en ervoor zorgt dat die ouder zijn kinderen niet meer mag zien.

Ouderverstoting herkennen

(Doordat het in 90% van de gevallen de vader is die verstoten wordt, zal er hier daarom vanuit worden gegaan dat de vader verstoten wordt.)

  • De moeder laat negatieve emoties ten opzichte van de vader duidelijk merken aan de kinderen.
  • De moeder vergroot de tekortkomingen van vader uit en vertelt hierover tegen iedereen die dit maar wilt horen, ook in bijzijn van de kinderen.
  • De moeder zorgt ervoor dat vader niet betrokken is bij school en ouderavonden, sportclubs, medische informatie en overlegt niet bij belangrijke beslissingen. Vader wordt als nutteloos gezien in dit proces.
  • De moeder gooit post, kaarten of e-mails die afkomstig zijn van de vader voor de kinderen perrongeluk weg.
  • Wanneer de vader belt zegt de moeder dat hij op een verkeerd moment belt en dat hij later maar terug moet bellen. De moeder of het kind zal niet zelf terug bellen.
  • De moeder wil niet meewerken aan een omgangsregeling die uitgaat van de rechten van het kind om beide ouders te mogen zien.
  • Wanneer er wel een goede omgangsregeling is houd moeder zich daar niet aan.
  • De moeder spreekt negatief over de vader tegenover vrienden en familie, school, sportclubs.
  • De moeder spreekt negatief over de vader tegen advocaten, therapeuten en andere deskundigen, bureau jeugdzorg en de huisarts.
  • De moeder verwijt de vader dat hij niet aan het ideaal beeld als vader kan voldoen.
  • De moeder heeft keer op keer een excuus dat het kind niet naar de vader toe kan, of zegt dat het kind zelf niet wilt.
  • De moeder zorgt ervoor dat elke communicatie tussen vader en kind onmogelijk wordt gemaakt.
  • De moeder zal haar kinderen niet aansporen om vader te bellen met zijn verjaardag, Vaderdag of een ander belangrijk moment in zijn of hun leven.
  • De moeder hoort het kind uit na een bezoek aan vader en het kind voelt zich genoodzaakt de negatieve aspecten te vergroten van het bezoek. (loyaliteitsconflict bij het kind).
  • De moeder komt nooit of zelfde bij de vader thuis.
  • De kinderen mogen niet naar verjaardagsfeestjes van kinderen die ze kennen uit vaders omgeving.
  • De moeder keurt de cadeautjes die de kinderen van hun vader hebben gekregen af. (Waar de kinderen bij zijn).
  • De moeder laat duidelijk blijken dat ze niet blij is dat de kinderen naar hun vader gaan.
  • De moeder wil liever niet dat het kind gaat logeren bij opa of oma, ooms of tantes van vaders kant.
  • De moeder zorgt ervoor dat ze onmisbaar is voor het kind en de ontwikkeling van het kind staat dit in de weg.
  • De moeder beschuldigt vader onterecht van incest, slechte behandeling, mishandeling, bedreiging (verhalen die niet hard te maken zijn). Het kind is er bang voor en gaat het voor waarheid aanzien.

Het kind voelt zich genoodzaakt de negatieve aspecten van het bezoek aan vader uit te vergroten en durft niet te vertellen dat hij het leuk heeft gehad. Ook heeft het kind het gevoel dat er gekozen moet worden voor één van beide ouders.

Gevolgen voor het kind
  • een laag zelfbeeld
  • gebrekkige sociale ontwikkeling
  • alcohol-drugs misbruik
  • verwarring
  • identiteitscrisis
  • zelf geen relaties kunnen aangaan
  • verminderd vertrouwen in anderen
  • angsten
  • depressie

Kinderen die dit overkomt, zitten compleet gevangen in een web van leugens en negatieve uitlatingen over de andere ouder. De manipulerende ouder beïnvloedt niet alleen het kind, maar de hele omgeving waaronder familie, vrienden en buren, maar ook leerkrachten, professionele hulpverleners, advocaten en zelfs rechters.

Mensen in de directe omgeving van het kind hebben meestal geen idee wat er werkelijk gaande is. Van ouderverstoting hebben ze nog nooit gehoord, laat staan dat ze de signalen herkennen. Familie en vrienden van de manipulerende ouder gaan daardoor gemakkelijk mee in de negatieve en lasterlijke verhalen over de andere ouder. Die komen zo op het eerste gezicht ook heel authentiek en geloofwaardig over. Want als een kind zelf geen contact meer wil met de eigen vader of moeder, ‘dan moet er wel echt iets vreselijk mis zijn met die ouder‘. Zo wordt er gedacht en vervolgens wordt het onderwerp maar liever gemeden.

Het kind staat alleen met alle pijn, ellende en verdriet over het missen van de andere ouder. Het kan nergens terecht met wat het werkelijk voelt en krijgt geen hulp. De manipulerende ouder weet de andere ouder uiteindelijk volledig buiten spel te zetten, want ook jeugdzorg, de kinderbescherming, professionele hulpverlening en zelfs de familierechter kijkt liever weg van dit inmiddels enorme maatschappelijke probleem. Zij falen in het herkennen van de signalen, zijn partijdig en bevooroordeeld, kijken niet naar feiten en belonen de ‘foute’ ouder door de omgang met de andere ouder te ontzeggen.

Wat kun je zelf doen?

Familie, vrienden, buren, leerkrachten, leerlingenbegeleiding, … die een vermoeden hebben van ouderverstoting in hun omgeving kunnen wel degelijk wat doen. Zij kunnen en mogen niet meer wegkijken! Wees alert en sta open voor de signalen. Negeer die niet en kijk niet weg, want als je het gevoel hebt dat er ‘iets’ aan de hand is, klopt dat vaak ook.
Merkt u dat een ouder en kind deze symptomen vertonen, doe dan uw best uw zorg over het kind aan de orde te stellen bij beide ouders. Lukt toenadering niet, zoek dan hulp voor de ouders en het kind. Als een ouder hier bewust aan meewerkt is het psychische kindermishandeling. Mocht u signalen oppikken in uw omgeving, meldt het dan. Helaas is de juridische weg nog niet zover dat ouders verplicht worden hun verantwoording te nemen in het belang van het kind.
Elk kind heeft er recht op ontlast te worden van een onterecht negatief ouderbeeld, omdat de last die het kind daarvan meedraagt zonder hulp levenslang destructief kan aanhouden.

Nieuwe omzettingsregeling leggen waarde vruchtgebruik vast

De bespreking van het principe van omzetting van vruchtgebruik na een overlijden is en blijft een heikel punt tussen erfgenamen met tegengestelde belangen (bijvoorbeeld het vruchtgebruik van de langstlevende tweede echtgenote en de blote eigendom van kinderen van overleden vader). Tot voor kort voorzag de wet niet in een duidelijke regel ter bepaling van welke waarde aan een vruchtgebruik kan worden toebedeeld.

Een aantal ruim omschreven aangereikte criteria (bijvoorbeeld de vermoedelijke levensduur van de vruchtgebruiker, waarde van de goederen, de schulden-zie het oude artikel 745§3sexies B.W.) gaven aanleiding tot verschillende interpretaties. Hierdoor ontstonden grote discussies in delicate zaken, vaak erfeniskwesties, waardoor een overeenkomst tussen partijen meestal uitgesloten was. Vaak diende dan ook een gerechtelijke procedure te worden opgestart en waarbij de rechter zelf beroep diende te doen op diverse (niet wettelijke) berekeningsformules.

Met de wet van 22 mei 2014 (BS 13 juni 2014) wordt een uniforme dwingende regel ingevoerd voor de waardering van het vruchtgebruik. Deze regel geldt bij omzetting van het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot maar ook wanneer vruchtgebruiker en blote eigenaars beslissen om samen een onroerend goed te verkopen zonder noodzakelijkerwijze al afspraken te moeten maken over de verdeling van de opbrengst ervan.

Voor elk verzoek tot omzetting zal de waardering vanaf 25 januari 2015 gebeuren op basis van de jaarlijkse omzettingstabellen die bij Ministerieel Besluit worden vastgelegd waarin percentages worden bepaald die zullen worden toegepast op de verkoopwaarde van goederen, in functie van het geslacht van de vruchtgebruiker en zijn leeftijd op datum van verzoek tot omzetting.

Belangrijk om te weten is dat partijen nog steeds wel kunnen overeenkomen om van deze regels af te wijken (keuzevrijheid), hetgeen noodzakelijk zou kunnen zijn wanneer iemand bijvoorbeeld terminaal ziek is.

De nieuwe uniforme dwingende regel met concrete waardering (maar met behoud van keuzevrijheid indien nodig) zal alleszins een valabele hulp zijn bij de afwikkeling van vele erfeniskwesties en discussies op dat vlak indijken.

 

Page 1 of 2

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén