Verrekening van aanwinsten: bij de opmaak van het huwelijkscontract spreken de partners af hoeveel procent de andere kan krijgen in geval van ontbinding van het huwelijk. Op deze manier delen de echtgenoten toch in de beroepsinkomsten van de andere echtgenoot tijdens het huwelijk. Dit is nog steeds een scheiding van goederen (twee eigen vermogens, geen gemeenschap) maar bij ontbinding van het huwelijk zal de economisch sterkere echtgenoot een geldsom betalen aan de economisch zwakkere echtgenoot. Deze regeling zorgt voor een mooi evenwicht tussen autonomie en solidariteit tussen de gehuwden.

Rechterlijke billijkheidscorrectie: in geval van een oneerlijke situatie kan deze correctie als ‘vangnet’ dienen voor de echtgenoot die in het nadeel is. Bijvoorbeeld: een man heeft zijn carrière opzijgezet en is huisvader geworden om voor de kinderen te zorgen terwijl de vrouw als zelfstandige de alleenverdiener is. De huisvader heeft een chronische ziekte die kosten met zich meebrengt. Bij een scheiding valt de huisvader zonder inkomsten. Hij kan de rechter vragen om alsnog een deel van de inkomsten (maximaal 1/3) van zijn ex-partner te ontvangen. Dit deel wordt via huwelijkscontract vastgelegd.

De notaris wordt steeds verplicht om de betrokkenen te informeren over de mogelijkheden binnen de regeling van de scheiding van goederen zoals hierboven vermeld. Indien hij dit nalaat, is de notaris aansprakelijk. De informatieplicht zorgt er bovendien voor dat de mensen bewust zullen nadenken bij de opmaak  van hun huwelijkscontract. Belangrijk om eventuele problemen in de toekomst te vermijden.

Het hervormd huwelijksvermogensrecht voorziet uitdrukkelijk in een wettelijk kader voor het verrekenbeding, op basis waarvan tijdens het huwelijk opgebouwde aanwinsten bij ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel worden verrekend (verdeeld) tussen de echtgenoten. Zonder een dergelijk verrekenbeding zou de echtgenoot die zijn beroepsactiviteiten heeft geminderd om voor het huishouden en de kinderen te zorgen aanzienlijk minder krijgen dan de andere echtgenoot. Er wordt een rechterlijke billijkheidscontrole voorzien wanneer de echtgenoten hiervoor opteren in hun huwelijkscontract. De rechter kan dan een deel van de inkomsten van de meest verdienende echtgenoot (met een maximum van 1/3e) toekennen aan de andere echtgenoot wanneer onvoorziene omstandigheden tot een onbillijk financieel onevenwicht tussen beide echtgenoten hebben geleid.