Een opfrissing in notendop van een aantal algemene oneliners in het kader van vereffening-verdeling na echtscheiding
De vereffening- verdeling in het wettelijk stelsel
De meeste echtgenoten zijn gehuwd onder het wettelijke stelsel (stelsel van scheiding van goederen en gemeenschap van aanwinsten).
1. De vermogens uit elkaar halen
Om de vermogens van de ex-echtgenoten uit elkaar te halen moet in principe een bijzonder complexe procedure worden gevolgd. In de praktijk gebeurt dit zeker niet altijd, u moet dit vermijden indien mogelijk. Dit is al een reden om voor bemiddeling te kiezen.
Bij de vereffening verdeling is de eerste vraag welke goederen eigen zijn en welke gemeenschappelijk. Elke echtgenoot mag de eigen goederen behouden. De gemeenschappelijke goederen moeten verdeeld worden. Daarbij bestaat een vermoeden van gemeenschap ten voordele van het gemeenschappelijke vermogen. Dit betekent dat de echtgenoot die beweert dat een bepaald goed, bijvoorbeeld in het geval van de hond, tot zijn eigen vermogen behoort, dat moet bewijzen. Hij moet dus aantonen dat hij het goed al bezat op het ogenblik van het huwelijk of dat hij het kreeg via een schenking.
Hoe kan hij dit bewijzen?
Eigendomsdocumenten en bankdocumenten vormen een goed bewijs maar deze laatst vermelde stukken worden niet onbeperkt bijhouden. Indien u ze niet meer heeft dan moet u ze tijdig opvragen aan de bank, waarvoor u bovendien een kost zal moeten betalen.
U zal ook best aantonen dat de hond op uw naam is geregistreerd.
– Verder is het mogelijk dat het eigen vermogen heeft geïnvesteerd in het gemeenschappelijk of omgekeerd. In dat geval zal door het verrijkte vermogen een vergoeding moeten worden betaald aan het verarmde vermogen. Dit is bijvoorbeeld het geval als de echtgenoten hebben gebouwd op de grond van één van beiden.
– Opbrengsten van goederen uit het gemeenschappelijke vermogen vanaf het begin van de echtscheidingsprocedure tot de uiteindelijke vereffening-verdeling moeten worden verdeeld. (intresten op spaarrekeningen, uit kasbons of obligaties… of huurgelden van een woning).
– De echtgenoot die in de echtelijke woning bleef tijdens de echtscheidingsprocedure moet een woonstvergoeding aan de ex-partner betalen. Die vergoeding wordt gebaseerd op de huurwaarde van het onroerend goed.
– Ook de eigenaarslasten die nog werden betaald (onroerende voorheffing, brandverzekering, afbetaling hypothecaire lening,…) moeten worden verrekend.
2. Het gemeenschappelijke vermogen verdelen
Nadat het gemeenschappelijke vermogen exact is bepaald, moet het worden verdeeld.
Als de ex-echtgenoten het eens zijn over wie wat toekomt dan is er geen enkel probleem. Er kan worden overeengekomen dat wie meer waardevolle goederen krijgt de andere partij een oplegsom zal betalen of ofwel neemt één van de echtgenoten de goederen over met akkoord van de andere. Wat betreft de onroerende goederen, meer in het bijzonder ook de gezinswoning verwijs ik naar mijn artikel over de miserietaks.
Wanneer er geen akkoord is, kan één van de ex-echtgenoten aan de rechter de preferentiële toewijzing van de gezinswoning en de huisraad of van het onroerend goed dat dient voor de uitoefening van zijn/haar beroep vragen (voor andere goederen is de toewijzing niet mogelijk). Het goed wordt dan toegewezen tegen de prijs die vastgesteld wordt door een schatter. Een openbare verkoop is enkel mogelijk als er geen akkoord is, als er geen verdeling in natura mogelijk is én als er geen preferentiële toewijzing wordt gevraagd.
Wanneer de ex-echtgenoten het niet eens en worden de goederen openbaar verkocht. Strikt juridisch valt de hond hieronder.
3. De notaris doet een voorstel
Nadat de echtgenoten hun aanspraken hebben laten kennen, maakt de notaris een staat van vereffening en verdeling op. Hij geeft zijn voorstel over hoe de zaken moeten worden verdeeld in een ontwerp van staat. Zijn de ex-echtgenoten of één van hen het daarmee niet eens, dan kunnen zij op het voorstel van de notaris zogenaamde zwarigheden (opmerkingen) laten kennen. Komt er uiteindelijk geen oplossing uit de bus, dan maakt de notaris het dossier over aan de rechtbank met zijn advies om daar de knoop te laten doorhakken. Heeft de rechter een definitieve beslissing genomen, dan gaat het dossier opnieuw naar de notaris.

Uit onverdeeldheid treden bij scheiding van goederen
In een stelsel van scheiding van goederen, liggen de zaken eenvoudiger. De onverdeelde goederen moeten verdeeld worden en vaak moeten er ook verrekeningen gebeuren.
Wanneer de echtgenoten het met elkaar eens zijn dat een van hen de onverdeelde goederen overneemt, dan betaalt diegene die overneemt een prijs aan de andere.
Wanneer ze het niet eens zijn dan worden de goederen verkocht, wat meestal openbaar gebeurt.
Bij een stelsel van scheiding van goederen kunnen echtgenoten geen preferentiële toewijzing vragen. Het is dus niet mogelijk dat de gezinswoning of de huisraad wordt toegewezen aan een van beiden als de andere ex-echtgenoot het daarmee niet eens is. Dit is wel een stok achter de deur om overeen te moeten komen.
Ook bij scheiding van goederen geraken de goederen (en schulden) van de partners na verloop van jaren vermengd. Ook hier kan het zijn dat een van de echtgenoten vanuit zijn vermogen heeft geïnvesteerd in het vermogen van de andere. Is dat het geval, dan kan de echtgenoot die investeringen deed, daar een mogelijke vergoeding (mits rechtsgrond en voorwaarden waarop hier niet verder wordt ingegaan) voor vragen. Belangrijk hierbij is dat vooreerst de (uitsluitings)clausuleringen/dag-per-dag verrekeningsbedingen in het huwelijkscontract worden nagekeken.
De verdeling bij samenwonenden
Bij feitelijk samenwonenden. Indien mensen die feitelijk samenwoonden uiteen gaan, rijst vaak een probleem. Meestal hebben zij geen samenlevingscontract afgesloten. Raken ze het niet eens over wat er met hun goederen dient te gebeuren, dan kunnen zij een procedure starten voor de rechtbank van eerste aanleg, de familierechtbank om daar de uitonverdeeldheidtreding te vragen. Ook in een dergelijke procedure zal de rechtbank een notaris aanstellen.
Bovendien kan de rechtbank de ex-partner die nog goederen in zijn bezit heeft die exclusief de eigendom zijn van de andere, bevelen die terug te geven. Ook hier geldt dat wie beweert dat bepaalde goederen zijn eigendom zijn, het bewijs daarvan moet leveren. Slaagt hij daar niet in, dan worden de goederen geacht in onverdeeldheid te zijn.
De notaris zal ook hier nagaan of er een akkoord is tussen de echtgenoten van wat er met de goederen moet gebeuren. Is dat niet het geval, dan zullen ze in natura worden verdeeld tussen de gewezen partners of worden verkocht.
Bij wettelijk samenwonenden (er is een verklaring afgelegd bij de burgerlijke stand) gelden ongeveer dezelfde regels. Het principe is dat elke partner de goederen behoudt waarvan hij de eigendom kan bewijzen, de inkomsten daaruit en de inkomsten uit arbeid. Wettelijk samenwonenden kunnen afwijken van deze regeling in een overeenkomst, opgesteld door een notaris.