Categorie: Vechtprocedure (Page 1 of 2)

Deel VII De positie van de langstlevende echtgenoot in het huwelijksvermogensrecht én erfrecht

Bij samenloop van een langstlevende echtgenoot met erfgerechtigden van de vierde graad, verliezen deze laatsten hun erfrechtelijke roeping. De langstlevende echtgenoot zal dan de hele nalatenschap van de eerststervende in volle eigendom erven.

Bij nieuw samengestelde gezinnen wordt het mogelijk om de concrete reserve te ontnemen aan de langstlevende echtgenoot (uitbreiding Valckeniersbeding).

Overige aanpassingen (niet-limitatief)

De opheffing van het verbod op verkoop tussen echtgenoten

De mogelijkheid om bij de aankoop van een onroerend goed door twee ongehuwde partners (ieder voor een gelijk deel) dit onroerend goed anticipatief in te brengen in een eventuele toekomstige huwgemeenschap. Op deze wijze worden niet enkel kosten bespaard maar wordt vermeden dat de latere inbreng ervan wordt vergeten.

Inwerkingtreding

De nieuwe bepalingen inzake erfrecht zijn geldig op nalatenschappen die openvallen na inwerkingtreding van deze wet (=vanaf 1 september 2018).

Wat de nieuwe bepalingen met betrekking tot huwelijksvermogensrecht betreft, is de wet van toepassing op huwelijken die worden gesloten na inwerkingtreding van de wet én op echtgenoten die gehuwd waren op het ogenblik van de inwerkingtreding wet maar die nadien over zijn gegaan tot wijziging van hun huwelijksvermogensstelsel die een ontbinding ervan tot gevolg heeft. Wat echtgenoten betreft die reeds gehuwd waren op het ogenblik van de inwerkingtreding van de wet en die niet zijn overgegaan tot een wijziging die de ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel tot gevolg had, geldt de rechterlijke billijkheidcorrectie niet igv een stelsel van scheiding van goederen).

Deel VI Nieuwe regels in geval van vereffening-verdeling met correctiemechanismen bij scheiding van goederen: het wettelijk verrekening beding

Verrekening van aanwinsten: bij de opmaak van het huwelijkscontract spreken de partners af hoeveel procent de andere kan krijgen in geval van ontbinding van het huwelijk. Op deze manier delen de echtgenoten toch in de beroepsinkomsten van de andere echtgenoot tijdens het huwelijk. Dit is nog steeds een scheiding van goederen (twee eigen vermogens, geen gemeenschap) maar bij ontbinding van het huwelijk zal de economisch sterkere echtgenoot een geldsom betalen aan de economisch zwakkere echtgenoot. Deze regeling zorgt voor een mooi evenwicht tussen autonomie en solidariteit tussen de gehuwden.

Rechterlijke billijkheidscorrectie: in geval van een oneerlijke situatie kan deze correctie als ‘vangnet’ dienen voor de echtgenoot die in het nadeel is. Bijvoorbeeld: een man heeft zijn carrière opzijgezet en is huisvader geworden om voor de kinderen te zorgen terwijl de vrouw als zelfstandige de alleenverdiener is. De huisvader heeft een chronische ziekte die kosten met zich meebrengt. Bij een scheiding valt de huisvader zonder inkomsten. Hij kan de rechter vragen om alsnog een deel van de inkomsten (maximaal 1/3) van zijn ex-partner te ontvangen. Dit deel wordt via huwelijkscontract vastgelegd.

De notaris wordt steeds verplicht om de betrokkenen te informeren over de mogelijkheden binnen de regeling van de scheiding van goederen zoals hierboven vermeld. Indien hij dit nalaat, is de notaris aansprakelijk. De informatieplicht zorgt er bovendien voor dat de mensen bewust zullen nadenken bij de opmaak  van hun huwelijkscontract. Belangrijk om eventuele problemen in de toekomst te vermijden.

Het hervormd huwelijksvermogensrecht voorziet uitdrukkelijk in een wettelijk kader voor het verrekenbeding, op basis waarvan tijdens het huwelijk opgebouwde aanwinsten bij ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel worden verrekend (verdeeld) tussen de echtgenoten. Zonder een dergelijk verrekenbeding zou de echtgenoot die zijn beroepsactiviteiten heeft geminderd om voor het huishouden en de kinderen te zorgen aanzienlijk minder krijgen dan de andere echtgenoot. Er wordt een rechterlijke billijkheidscontrole voorzien wanneer de echtgenoten hiervoor opteren in hun huwelijkscontract. De rechter kan dan een deel van de inkomsten van de meest verdienende echtgenoot (met een maximum van 1/3e) toekennen aan de andere echtgenoot wanneer onvoorziene omstandigheden tot een onbillijk financieel onevenwicht tussen beide echtgenoten hebben geleid.

Deel V Nieuwe regels in geval van vereffening-verdeling bij een gemeenschap

In verband met eigen goederen en wederbelegging

Indien goederen voor  meer dan de helft met eigen geld zijn betaald dan zullen ze als eigen worden beschouwd (artikel 1404 B.W.). Voor onroerende goederen is er dan een verklaring van wederbelegging vereist maar niet voor roerende goederen, noch een wil van wederbelegging. Voor het gedeelte dat met gemeenschappelijk geld werd betaald zal er een vergoeding verschuldigd zijn.

Verder zijn de toebehoren van eigen goederen of rechten eigen, zonder onderscheid tussen roerend of onroerend goed.

Tevens zijn eigen de niet afgekochte of niet uitgekeerde levensverzekering. Hiervoor zal wel vergoeding verschuldigd zijn voor de premies die met de gemeenschapsgelden werden betaald. 

Titre et finance

Aan de discussie of beroepsgoederen , aandelen en cliënteel eigen vermogen zijn of niet wordt een einde gemaakt. Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen eigendomsrecht (‘titre’) en vermogenswaarde (‘finance’). De ‘titre’ is altijd eigen, de economische waarde gerealiseerd tijdens het huwelijk wordt gemeenschappelijk.” De waarde dient verrekend te worden op het tijdstip van de ontbinding.

Deze nieuwe regels inzake titre et finance zijn van toepassing op roerende of onroerende professionele uitrustingen  op voorwaarde van exclusief gebruik voor beroepsdoeleinden van deze goederen, op cliënteel tijdens huwelijk opgebouwd, enkel economische waarde en professionele venootschapsaandelen op naam van één van de echtgenoot, die voor minstens 50 % met gemeenschappelijk geld werden betaald en op naam van 1 echtgenoot.

Piercing in het recht

Inzake de vergoedingsregels wordt bijkomend voorzien in de wet dat vergoeding verschuldigd zal zijn aan de gemeenschap in geval van onttrekking van beroepsinkomsten aan de gemeenschap door beroepsuitoefening in een vennootschap (Piercing the corporate veil).

Ook zal vergoeding verschuldigd zijn naar aanleiding van levensverzekeringspremies, ongevallenvergoeding en opzeggingsvergoeding.

Passief

Wat betreft het passief van de gemeenschap zijn schulden verbonden aan ingebracht goed gemeenschappelijk  tenzij hiervan in het huwelijkscontract zou worden afgeweken.

Er worden verder onzekerheden weggewerkt over het statuut (eigen of gemeenschappelijk) van individuele levensverzekeringen (groepsverzekeringen zijn daarentegen uitdrukkelijk uitgesloten van deze hervorming), schade- en ongevallenvergoedingen, aandelen, cliënteel en beroepsgoederen.

Hiervoor wordt een onderscheid gemaakt tussen het eigendomsrecht (dat in principe eigen is) en de vermogenswaarde (dat in principe gemeenschappelijk is indien deze opgebouwd werd tijdens het huwelijk).

Als de verzekerde prestatie niet opeisbaar wordt bij de ontbinding van het huwelijk, zijn de aanspraken eigen mits vergoeding aan de gemeenschap. Indien de verzekerde prestatie daarentegen opeisbaar wordt bij ontbinding van het huwelijk zijn de aanspraken eigen o voorwaarde van vergoeding wanneer de levensverzekering werd afgesloten in het eigen voordeel van de langstlevende echtgenoot of eigen zonder vergoeding wanneer de levensverzekering werd afgesloten door de overleden echtgenoot in het voordeel van de andere.

Het recht op schadevergoedingis eigen maar voor het statuut van de vergoeding moet een onderscheid worden gemaakt naar gelang de soort schade (morele=eigen, fysieke=gemeenschappelijk indien dekking inkomstenverlies, medische kosten, rehabilitatie en huishoudelijke hulp is gemeenschappelijk. Ook voor beroepsgoederen, aandelen en cliënteelgeldt voormeld onderscheid: het eigendomsrecht is eigen aan de beroepsactieve echtgenoot of de echtgenoot op wiens naam de aandelen werden ingeschreven, maar de vermogenswaarde die werd opgebouwd tijdens het huwelijk valt (onmiddellijk en niet pas vanaf de ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel) in de huwgemeenschap. Bij ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel zal de beroepsactieve echtgenoot zijn beroepsgoederen bijgevolg mogen behouden maar hij zal wel een vergoeding verschuldigd zijn aan de gemeenschap die gelijk is aan de waarde van deze beroepsgoederen op het ogenblik van de ontbinding (niet langer aan de aankoopwaarde).

Deel IV Nieuwe regels in geval van de vereffening-verdeling bij scheiding van goederen

De wetgever voorziet uitdrukkelijk de beëindiging van de onverdeeldheid, ook tijdens het stelsel, behalve in geval van een bestemde onverdeeldheid (art. 1468 B.W. ), alsmede is een inkoop nu ook mogelijk zonder machtiging van de rechter (art. 1469 B.W.)

De wetgever voorziet ook uitdrukkelijk onder dit stelsel in een preferentiële toewijzing bij ontbinding stelsel (art.1389/2B.W.) wat voordien niet mogelijk was in een stelsel van scheiding van goederen.

Het gaat over de volgende goederen: de gezinswoning, de inboedel en de beroepsgoederen die onroerend of roerend zijn in geval van een gezamenlijke beroepsuitoefening, waarbij het criterium de belangen van de beide echtgenoten en hun financiële opportuniteiten zal zijn.

Bewijsregels – ongebreideld indien geen conventionele afspraken

Nieuw is dat thans alle bewijsmiddelen toegelaten worden om de schuldvordering tussen de echtgenoten te bewijzen, dus zelfs zonder een geschrift wanneer er niets conventieel geregeld is. Voor de schuldvorderingen tussen echtgenoten die tijdens dit stelsel ontstaan zal er wel zoals altijd al het geval is eerst moeten worden nagegaan wat er in het huwelijkscontract al dan niet geregeld of over afgesproken werd tussen de echtgenoten, welke vermoedens er spelen en werden afgesproken tussen de echtgenoten..

Deel III Actualisatie Huwelijksvermogensrecht

De nieuwe wet huwelijksvermogensrecht is van toepassing op vereffeningen-verdelingen vanaf 1 september 2018, voor zover de echtscheiding vanaf die datum is ingeleid.

Deze nieuwe wet omvat diverse nieuwigheden die worden besproken bij GF Family Law ingeval van echtscheiding en om u wegwijs te maken in uw vereffening-verdeling van uw huwgemeenschap. Er volgt een verfijning van de regels van het wettelijk stelsel, correcties op de regels voor scheiding van goederen, verruimd toepassingsgebied van onder meer huwelijksvoordelen, preferentiële toewijzing, de positie van de LLE.

Deze nieuwe wet zorgt voor meer zekerheid.

Formule Renard

De Formule Renard

Ouderverstoting-wees alert!

Bij ouderverstoting wordt één van beide ouders zwartgemaakt bij het kind, of weggehouden uit het leven van het kind. Wanneer hier niet wordt ingegrepen kan het kind PAS (Parental Alienation Syndrome) ontwikkelen en hier de rest van zijn leven last van houden. Ouderverstoting komt het meest voor bij vrouwen (90%) die de ex-partner (de man) zwart maakt en ervoor zorgt dat die ouder zijn kinderen niet meer mag zien.

Ouderverstoting herkennen

(Doordat het in 90% van de gevallen de vader is die verstoten wordt, zal er hier daarom vanuit worden gegaan dat de vader verstoten wordt.)

  • De moeder laat negatieve emoties ten opzichte van de vader duidelijk merken aan de kinderen.
  • De moeder vergroot de tekortkomingen van vader uit en vertelt hierover tegen iedereen die dit maar wilt horen, ook in bijzijn van de kinderen.
  • De moeder zorgt ervoor dat vader niet betrokken is bij school en ouderavonden, sportclubs, medische informatie en overlegt niet bij belangrijke beslissingen. Vader wordt als nutteloos gezien in dit proces.
  • De moeder gooit post, kaarten of e-mails die afkomstig zijn van de vader voor de kinderen perrongeluk weg.
  • Wanneer de vader belt zegt de moeder dat hij op een verkeerd moment belt en dat hij later maar terug moet bellen. De moeder of het kind zal niet zelf terug bellen.
  • De moeder wil niet meewerken aan een omgangsregeling die uitgaat van de rechten van het kind om beide ouders te mogen zien.
  • Wanneer er wel een goede omgangsregeling is houd moeder zich daar niet aan.
  • De moeder spreekt negatief over de vader tegenover vrienden en familie, school, sportclubs.
  • De moeder spreekt negatief over de vader tegen advocaten, therapeuten en andere deskundigen, bureau jeugdzorg en de huisarts.
  • De moeder verwijt de vader dat hij niet aan het ideaal beeld als vader kan voldoen.
  • De moeder heeft keer op keer een excuus dat het kind niet naar de vader toe kan, of zegt dat het kind zelf niet wilt.
  • De moeder zorgt ervoor dat elke communicatie tussen vader en kind onmogelijk wordt gemaakt.
  • De moeder zal haar kinderen niet aansporen om vader te bellen met zijn verjaardag, Vaderdag of een ander belangrijk moment in zijn of hun leven.
  • De moeder hoort het kind uit na een bezoek aan vader en het kind voelt zich genoodzaakt de negatieve aspecten te vergroten van het bezoek. (loyaliteitsconflict bij het kind).
  • De moeder komt nooit of zelfde bij de vader thuis.
  • De kinderen mogen niet naar verjaardagsfeestjes van kinderen die ze kennen uit vaders omgeving.
  • De moeder keurt de cadeautjes die de kinderen van hun vader hebben gekregen af. (Waar de kinderen bij zijn).
  • De moeder laat duidelijk blijken dat ze niet blij is dat de kinderen naar hun vader gaan.
  • De moeder wil liever niet dat het kind gaat logeren bij opa of oma, ooms of tantes van vaders kant.
  • De moeder zorgt ervoor dat ze onmisbaar is voor het kind en de ontwikkeling van het kind staat dit in de weg.
  • De moeder beschuldigt vader onterecht van incest, slechte behandeling, mishandeling, bedreiging (verhalen die niet hard te maken zijn). Het kind is er bang voor en gaat het voor waarheid aanzien.

Het kind voelt zich genoodzaakt de negatieve aspecten van het bezoek aan vader uit te vergroten en durft niet te vertellen dat hij het leuk heeft gehad. Ook heeft het kind het gevoel dat er gekozen moet worden voor één van beide ouders.

Gevolgen voor het kind
  • een laag zelfbeeld
  • gebrekkige sociale ontwikkeling
  • alcohol-drugs misbruik
  • verwarring
  • identiteitscrisis
  • zelf geen relaties kunnen aangaan
  • verminderd vertrouwen in anderen
  • angsten
  • depressie

Kinderen die dit overkomt, zitten compleet gevangen in een web van leugens en negatieve uitlatingen over de andere ouder. De manipulerende ouder beïnvloedt niet alleen het kind, maar de hele omgeving waaronder familie, vrienden en buren, maar ook leerkrachten, professionele hulpverleners, advocaten en zelfs rechters.

Mensen in de directe omgeving van het kind hebben meestal geen idee wat er werkelijk gaande is. Van ouderverstoting hebben ze nog nooit gehoord, laat staan dat ze de signalen herkennen. Familie en vrienden van de manipulerende ouder gaan daardoor gemakkelijk mee in de negatieve en lasterlijke verhalen over de andere ouder. Die komen zo op het eerste gezicht ook heel authentiek en geloofwaardig over. Want als een kind zelf geen contact meer wil met de eigen vader of moeder, ‘dan moet er wel echt iets vreselijk mis zijn met die ouder‘. Zo wordt er gedacht en vervolgens wordt het onderwerp maar liever gemeden.

Het kind staat alleen met alle pijn, ellende en verdriet over het missen van de andere ouder. Het kan nergens terecht met wat het werkelijk voelt en krijgt geen hulp. De manipulerende ouder weet de andere ouder uiteindelijk volledig buiten spel te zetten, want ook jeugdzorg, de kinderbescherming, professionele hulpverlening en zelfs de familierechter kijkt liever weg van dit inmiddels enorme maatschappelijke probleem. Zij falen in het herkennen van de signalen, zijn partijdig en bevooroordeeld, kijken niet naar feiten en belonen de ‘foute’ ouder door de omgang met de andere ouder te ontzeggen.

Wat kun je zelf doen?

Familie, vrienden, buren, leerkrachten, leerlingenbegeleiding, … die een vermoeden hebben van ouderverstoting in hun omgeving kunnen wel degelijk wat doen. Zij kunnen en mogen niet meer wegkijken! Wees alert en sta open voor de signalen. Negeer die niet en kijk niet weg, want als je het gevoel hebt dat er ‘iets’ aan de hand is, klopt dat vaak ook.
Merkt u dat een ouder en kind deze symptomen vertonen, doe dan uw best uw zorg over het kind aan de orde te stellen bij beide ouders. Lukt toenadering niet, zoek dan hulp voor de ouders en het kind. Als een ouder hier bewust aan meewerkt is het psychische kindermishandeling. Mocht u signalen oppikken in uw omgeving, meldt het dan. Helaas is de juridische weg nog niet zover dat ouders verplicht worden hun verantwoording te nemen in het belang van het kind.
Elk kind heeft er recht op ontlast te worden van een onterecht negatief ouderbeeld, omdat de last die het kind daarvan meedraagt zonder hulp levenslang destructief kan aanhouden.

Het traject problematische opvoedingssituatie (POS)

Bijlage 2 – Trajecten Problematische Opvoedingssituatie (POS) en Misdrijf Omschreven Feiten (MOF). Krijtlijnen inzake de verhouding vast aanspreekpunt lokale politie – school in het kader van omzendbrief PLP 41

Bijlage 2

Het traject problematische opvoedingssituatie (POS)

Een minderjarige kan zich in een problematische opvoedingssituatie bevinden. Dit is het geval wanneer de minderjarige in een toestand verkeert waarbij de fysieke integriteit, de affectieve, morele, intellectuele of sociale ontplooiingskansen in het gedrang komen door bijzondere gebeurtenissen, door relationele conflicten of door de omstandigheden waarin de minderjarige leeft1.

1 Decreten inzake bijzondere jeugdbijstand, gecoördineerd op 4 april 1990.

2 Brochure “Werking Jeugdparket Antwerpen” Parket Antwerpen, 2005.

Iedereen kan in principe het jeugdparket in kennis stellen van een POS, maar in de praktijk zijn het vooral de politiediensten die dit doen. Vaak bevat een melding onvoldoende informatie voor het jeugdparket om een duidelijke richting te geven aan het dossier. Daarom zal de politie vaak de opdracht krijgen om een sociaal onderzoek te verrichten.

Het jeugdparket heeft verschillende mogelijkheden: zij kan het dossier seponeren, het verwijzen naar het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg (CBJ) (wanneer hulpverlening nodig is en er kans is op slagen binnen de vrijwillige hulpverlening, het gezin moet deze hulp dan zelf vragen aan het CBJ), het voorleggen aan de Bemiddelingscommissie (BC) (wanneer vrijwillige hulpverlening niet mogelijk is of geen effect heeft, de BC kan het dossier seponeren, terugverwijzen naar het CBJ of naar het jeugdparket, dat dan de jeugdrechter kan vorderen) of hoogdringende maatregelen vorderen (via de jeugdrechter, indien vrijwillige hulpverlening onmogelijk is en er dringend beschermende maatregelen vereist zijn.)

Bij de aanpak van een problematische opvoedingssituatie zal er steeds worden uitgegaan van vrijwillige hulpverlening aan de minderjarige en zijn of haar gezin2.

Het traject “als misdrijf omschreven feiten” (MOF)

Een als misdrijf omschreven feit is hetzelfde als een strafbaar feit, maar dan gepleegd door een minderjarige. Algemeen gesteld kunnen minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit plegen niet gestraft worden zoals een meerderjarige. Minderjarigen vallen namelijk onder toepassing van het jeugdrecht. Deze wet legt de nadruk op de heropvoeding van de jongere. Dit impliceert dat men de jongere zal wijzen op zijn verantwoordelijkheid en een herstelgerichte benadering zal nastreven.

Processen-verbaal die lastens minderjarigen worden opgesteld komen terecht bij het jeugdparket. Deze magistraten zullen de feiten kwalificeren en bepalen wat er verder met het dossier gebeurt. Het jeugdparket kan opdrachten geven aan politiediensten, ondermeer de opdracht een dossier verder te onderzoeken en/of te kaderen binnen een ruimere sociale context (sociaal of familiaal onderzoek). Het jeugdparket kan een dossier seponeren (zonder gevolg klasseren) of zij kunnen de minderjarige en zijn ouders oproepen, waarschuwen of een bemiddeling voorstellen om tot een herstel te komen en het slachtoffer te erkennen en te vergoeden. Het jeugdparket kan de minderjarige voor de jeugdrechter brengen indien zij oordeelt dat de feiten ernstig zijn en een bemiddeling niet haalbaar is of niet volstaat.

Ten aanzien van een minderjarige die een als misdrijf omschreven feit pleegt, kan een jeugdrechter maatregelen van bewaring, opvoeding en behoeding opleggen vanaf de leeftijd van twaalf jaar. Een kind jonger dan twaalf jaar dat een als misdrijf omschreven feit pleegt, wordt verondersteld zich in een problematische opvoedingssituatie te bevinden.

Voor jongeren, tussen 16 en 18 jaar, die niet openstaan voor een pedagogische aanpak en ofwel ernstige feiten hebben gepleegd, ofwel vroeger reeds een jeugdbeschermingsmaatregel kregen opgelegd, is er een speciale procedure. De jeugdrechter kan, na een advies van deskundigen en een maatschappelijk en medisch-psychologisch onderzoek, beslissen zo een jongere “uit handen te geven”. De jongere valt dan onder de toepassing van het strafrecht en zal voor een “gewone” strafrechter verschijnen.

De door het jeugdparket of de jeugdrechter genomen maatregelen worden nooit vermeld op het strafregister.3

3 Brochure “De aanpak van jeugddelinquentie”, FOD Justitie, Brussel, Communicatiedienst FOD Justitie, 23 p. Voor meer informatie over de nieuwe regelgeving inzake jeugdbescherming verwijzen wij naar deze brochure. De geïnteresseerde lezer kan deze bestellen of downloaden via de website van de Federale Overheidsdienst Justitie www.just.fgov.be

Extra veel echtscheidingen op komst

Door de nakende afschaffing van de ‘miserietaks’ besloten in het laatste kwartaal van 2014 heel wat koppels het nog eventjes bij elkaar uit te houden. Het aantal echtscheidingen ligt daarom nu in januari een pak hoger.

Heel wat koppels hebben in het voorbije 2014 hun echtscheidingsplannen ‘on hold’ gezet om te wachten op de verlaging van de miserietaks vanaf 1 januari dit jaar. Dat uitstel kon hen immers al snel een verschil van 2.000 à 3.000 euro opleveren aan ‘miserietaks.’ Dat is de verdeeltaks die moet worden betaald wanneer gezamenlijke eigenaars van een pand – bijjvoorbeeld de gezinswoning – beslissen dat een van hen de andere uitkoopt.

Deze verdeeltaks is vanaf 1 januari 2015 in ons Vlaams Gewest opnieuw verlaagd naar 1 procent. Tot 1 augustus 2012 was het tarief van 1 procent van het registratierecht uniform in de drie gewesten van België. De Vlaamse regering besloot evenwel in 2012 om dit tarief meer dan te verdubbelen van 1 naar 2,5 procent en dit om louter budgettaire redenen.

Verhuis uit gezinswoning

Vanuit menselijk oogpunt was deze ‘miseriemaatregel’ onaanvaardbaar. Koppels werden – zonder echt aanvaardbare reden – plots geconfronteerd met een extra tax waarmee ze dienden rekening te houden. Dit had voor gevolg dat in de praktijk de ex-partner die bijvoorbeeld het aandeel in de gezinswoning van zijn toekomstige ex-partner wenste over te kopen, dit net niet kon omdat hij bijvoorbeeld juist geen herfinanciering kon krijgen bij de bank. Wat gevolgen had voor de kinderen en zelfs voor de afspraken rond hun verblijfsregeling. Beide ex-partners dienden zich te voorzien in een nieuwe woonst (in plaats van één), waardoor de kinderen uit de vertrouwde gezinswoning moesten verhuizen, met allerhande andere dubbele kosten tot gevolg.

Deze miserietaks werd dan ook terecht fel bekritiseerd. De Vlaamse regering zag dit in en trok de verhoging nu in. Uit de echt gescheidenen met onderlinge toestemming of op grond van onherstelbare ontwrichting en de ex wettelijk samenwonenden genieten voortaan vanaf 1 januari 2015 opnieuw van de verlaagde verdeeltaks van 1 procent. Evenwel voor koppels die in het Vlaamse Gewest nog voor 31.12.2014 een regeling rond hun verdeling hebben getroffen en een overeenkomst hebben ondertekend, blijft de miserietaks van 2,5 procent van toepassing, ook wanneer hun echtscheiding pas in 2015 ingeschreven wordt.

Buitenverblijven

Voorts is de nieuwe verlaagde verdeeltaks niet alleen van toepassing op de gezinswoning, maar op alle onroerende goederen die moeten verdeeld worden. Tweede verblijven, buitenverblijven, enz … vallen dus ook onder de regeling. Ook het afstaan of de verdeling van het vruchtgebruik of van de naakte eigendom valt onder de nieuwe tariefverlaging van 1 procent.

Nog enkele nieuwigheden. De verdeeltaks van 1 procent blijft ook geldig wanneer er na de echtscheiding geen einde komt aan de verdeeldheid, hetgeen betekent dat wanneer de omstandigheid zich voordoet dat een koppel beslist om nog een tijd in onverdeeldheid te blijven na de scheiding, deze taks van 1 procent gehandhaafd blijft. Koppels die in België onroerend goed hebben, maar in een andere Europese lidstaat uit de echt scheiden, genieten voortaan ook van de nieuwe verlaagde verdeeltaks van 1 procent.

Tenslotte moet nog vermeld worden dat voor de feitelijk samenwonenden die scheiden helaas nog niets werd voorzien door de Vlaamse regering. Zij vallen dus uit de boot en genieten niet van het verlaagd tarief. Voor hen blijft de miserietaks van 2,5 procent momenteel nog van toepassing.

 

 

 

 

 

Fleur Goister

Erkend bemiddelaar in familiale, burgerlijke en handelszaken

BEMIDDELINGSPROTOCOL

Tussen :
En :

Hierna “de partijen

En :

Hierna de bemiddelaar

WORDT HET VOLGENDE UITEENGEZET :

Tussen de partijen bestaat een geschil aangaande de ……..

De partijen wensen dit geschil op te lossen; te dien einde willen ze aan de bemiddelaar een bemiddelingsopdracht toevertrouwen.

PARTIJEN KOMEN DERHALVE ALS VOLGT OVEREEN :

  1. Vrijwillig verloop
    Partijen wensen overleg te plegen om, onder voorbehoud van al hun rechten, hun geschil bij te leggen. Elke partij mag, éénzijdig en discretionair, aan de bemiddeling een einde stellen. De bemiddeling gebeurt vrijwillig en elke partij verklaart zich akkoord om er op actieve wijze aan deel te nemen. Partijen behouden zich het recht voor om alle gerechtelijke en arbitrale procédures die ze nuttig zouden achten in werking te stellen. Alle procedures (met uitzondering van deze van louter conservatoire aard) zullen echter geschorst worden totdat een akkoord tussen de partijen tot stand is gekomen of totdat één der partijen of de bemiddelaar een einde stelt aan de bemiddeling.
  1. Rol van de bemiddelaar
    De bemiddelaar handelt in alle neutraliteit met het oog op het bevorderen van een minnelijk akkoord. Te dien einde zal hij pogen de voorwaarden te scheppen die het volgende zal toelaten of vergemakkelijken :het wederzijds geven van informatie en het begrip van de respectievelijke situaties van de partijen;
  • het bevorderen van de communicatie tussen de partijen aangaande hun moeilijkheden en verwachtingen;
  • het zoeken naar geschikte oplossingen om aan de verwachtingen van de partijen tegemoet te komen en om de vastgestelde moeilijkheden te overbruggen;
  • het bevorderen van een efficiënte en oprechte onderhandeling;
  • het sluiten door de partijen, op vrijwillige basis, van een dading die de bereikte oplossingen zal bevatten;
  1. Onpartijdigheid
    De bemiddelaar handelt steeds op neutrale en onpartijdige wijze. Hij zal geen juridische adviezen aan de partijen verstrekken. Indien hij een opinie geeft, zal deze slechts een indicatieve waarde hebben. Partijen verklaren zich akkoord om daar geen enkele juridische consequentie aan vast te knopen.
  2. Aanwezigheid op de bemiddelingsessies
    Partijen zullen de bemiddelingsessies bijwonen, desgevallend vergezeld van hun advocaten. Elke partij ziet er toe :
  • dat aan de bemiddelingsessies personen deelnemen die een dading mogen sluiten; en
  • dat de personen die persoonlijk kennis hebben van de pertinente feiten van het geschil aanwezig zijn opdat het overleg aangaande het dossier vlot en efficiënt zou kunnen verlopen.De bemiddelaar mag een persoon die hij aanduidt als toeschouwer tot de bemiddeling uitnodigen ten einde deze persoon de mogelijkheid te geven (op keus van de bemiddelaar), als passieve toeschouwer of als niet bezoldigde mede-bemiddelaar op te treden. Deze persoon moet dan een verbintenis aangaan volgens het model dat als bijlage 1 hierbij gaat.
  1. Vertrouwelijkheid
    Alles wat gezegd of geschreven wordt gedurende de bemiddeling wordt onder alle voorbehoud geformuleerd. De partijen verbinden zich ertoe hiervan niets in te roepen of bekend te maken in het kader van een bestaande of toekomstige gerechtelijke of arbitrale procedure. De bemiddelaar en de partijen (die zich ten deze voor zichzelf verbinden en die zich sterk maken voor hun raadslieden, vertegenwoordigers en alle personen die hen vergezellen) zien ertoe dat het vertrouwelijk karakter van de bemiddeling en van elk document dat in het kader van de bemiddeling ingeroepen of meegedeeld wordt, behouden blijft. De bemiddelaar mag, indien hij dit opportuun acht, een verbintenis opgesteld volgens het hierbij als bijlage 1 gevoegd model, te laten ondertekenen door elke persoon die aan de bemiddeling deelneemt.Niets in deze overeenkomst mag echter gezien worden als een beknotting van het recht van een partij om een document dat werd medegedeeld in het kader van de bemiddeling, in een gerechtelijke of andere procedure te gebruiken, wanneer deze partij reeds voordien over dit document beschikte of wanneer zij de mogelijkheid zou hebben gehad om dit document te bekomen en in te roepen.De bemiddelaar zal niet geroepen kunnen worden om in een gerechtelijke of andere procedure te getuigen. De partijen erkennen hem een zwijgrecht.

    Partijen komen verder overeen dat de overeenkomst(en) die zij bij de beëindiging van het bemiddelingsproces zouden kunnen sluiten alleen maar zullen bestaan wanneer zij door de beide partijen ondertekend zullen zijn geweest. Zij aanvaarden dat er geen overeenkomst zal bestaan zolang de akkoorden die in het kader van de bemiddeling zouden kunnen uitgewerkt worden niet in een tussen hen ondertekende schriftelijke overeenkomst zullen zijn vastgelegd.

    Onderhavig protocol, de overeenkomsten die bij de beëindiging van het bemiddelingsproces zouden kunnen gesloten worden, alsmede een eventueel document dat de mislukking van de bemiddeling vaststelt, vallen niet onder dit vertrouwelijkheidsverplichting.

  1. Caucussen
    De bemiddelaar mag, wanneer hij dit nuttig acht, apart (in “caucus”) met de ene of de andere partij overleg plegen; partijen mogen ook, op elk ogenblik, verzoeken om confidentieel met de bemiddelaar te overleggen.
  2. Waarde van het akkoord
    Het behoort, in principe, de bemiddelaar niet toe om zich omtrent de waarde of de opportuniteit van het bereikte akkoord uit te spreken. Deze moet de uitdrukking van de wil van de partijen zijn en hun “eigendom” blijven.
    Indien de bemiddelaar echter, daarin geleid door zijn eigen professionele ervaring en door zijn analyse en beoordelingscapaciteiten, meent dat het verder zetten van een bemiddeling een belangrijk risico inhoudt voor de ene of de andere partij, of tot een onevenwicht of manifeste onrechtvaardigheid voor een partij zou kunnen leiden moet hij de partijen daarvan op de hoogte brengen. Hij dient hen desgevallend te verzoeken het nodige te doen om daaraan te verhelpen. Indien hij dit nodig acht, mag hij de bemiddeling opschorten of er een einde aan stellen. De bemiddelaar handelt ten deze in alle onafhankelijkheid en laat zich enkel door zijn geweten leiden.
  1. Duur van de bemiddeling
    De partijen komen overeen dat de bemiddeling als volgt zal verlopen. Zij verbinden zich ertoe om te pogen de bemiddeling tot stand te brengen, in de mate van het mogelijke, binnen een beperkte tijdspanne, zodat de bemiddeling een einde neemt op of omstreeks [_______2016_] :
  • ondertekening van dit protocol;
  • onderzoeken van de dossiers en voorbereiding van de bemiddelingsbijeenkomst;
  • bemiddelingsbijeenkomst op [_______ 2016_];
  • eventuele vervolgsessies
  1. Honoraria
    De bemiddelingskosten worden gelijk verdeeld over alle partijen die de bemiddeling aanvragen tenzij anders bepaald.

o De administratieve kost voor een bemiddeling wordt gefactureerd door … en bedraagt … te betalen door elke partij

o De eerste bemiddelingssessie wordt gefactureerd aan … € te betalen door elke partij. Dit vaste bedrag omvat zowel de voorbereiding van de zaak als de bemiddelingssessie met de bemiddelaar.

o Wanneer een tweede bemiddelingssessie nodig is, zal de vergoeding worden berekend op basis van een uurloon van …€/u te betalen door elke partij.

o Extra kosten zullen worden gefactureerd in gelijke delen tussen elk van de partijen.

De bemiddelaar mag voorschotten op ereloon en onkosten vragen gedurende de bemiddeling.

De bemiddelaar zal de bemiddeling mogen opschorten of stopzetten indien één der partijen haar aandeel in de erelonen en onkosten die zij verschuldigd is, niet betaalt.

Opgesteld te [ ] in [ ] exemplaren; elke partij en de bemiddelaar erkennen hun exemplaar te hebben ontvangen.

____________________

____________________

____________________

de bemiddelaar

Page 1 of 2

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén