Maand: januari 2020

Buitengewone kosten kinderen in de wetgeving

Reeds jaren bepaalde het Burgerlijk Wetboek dat ouders dienen bij te dragen in ook de buitengewone kosten voor hun kinderen, naast het vaste onderhoud in natura en hun bijdrage in de dagelijkse en gewone kosten.

Zeer veel worden er procedures voor de rechtbank uitgevochten, al dan niet na een loonbeslag of dergelijke, omtrent de vraag wat nu eigenlijk buitengewone kosten zijn, wat hiertoe behoort en wat de criteria van verschuldigdheid hiervan zijn.

De wetgever wou tegemoet komen aan deze discussies en heeft daarom bij Koninklijk Besluit van 22 april 2019 vastgesteld welke kosten tot de buitengewone kosten behoren, welke kosten het voorwerp moeten zijn van een voorafgaand overleg en akkoord en hoe deze kosten moeten worden afgerekend.

Het betreft het Koninklijk Besluit tot vaststelling van de buitengewone kosten die voortvloeien uit art. 203 § 1 van het Burgerlijk Wetboek en de wijze van tenuitvoerlegging ervan. Dit KB kan u raadplegen via volgende link: http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=2019042208&table_name=wet

Er zijn 3 grote pijlers van buitengewone kosten:

  1. Medische en paramedische kosten zoals orthodontie, aankoop bril, maar ook de premie van de hospitalisatieverzekering ;
  2. Schoolkosten zoals schooluitstappen, schoolboeken, laptop, maar wel pas na verrekening van de studiebeurs of studietoelage die zou worden ontvangen ;
  3. Kosten verbonden aan de ontwikkeling van de persoonlijkheid en de ontplooiing van het kind zoals lidgeld en benodigdheden hobby’s.

Daarnaast kunnen de ouders steeds nog bijkomende kosten als buitengewone kosten opnemen waarin zij aldus beiden dienen bij te dragen. De lijst zoals opgenomen in het KB kan aldus nog worden aangevuld door de ouders in gezamenlijk overleg.

Omtrent de voormelde kosten dient steeds voorafgaand overleg te worden gepleegd tussen de ouders en dient er ook een akkoord over te bestaan, bij gebreke waaraan de ouder, waarmee geen overleg werd gepleegd en zijn akkoord niet gegeven heeft, niet gehouden kan zijn tot het betalen van zijn bijdrage in de desbetreffende kost. Dit akkoord moet zowel betrekking hebben op de kost zelf als op de omvang van deze kost.

Belangrijk hierbij is dat dit akkoord dient gevraagd te worden via een aangetekende zending, aangetekende e-mail of fax, en dit conform art. 203bis §3, 4de lid B.W. Een afwijking van deze wijze van overleg werd niet voorzien en het is maar de vraag hoe de uitwerking hiervan praktisch zal verlopen nu een aangetekende e-mail niet standaard door iedereen kan worden verzonden, er nog maar weinigen over een faxtoestel beschikken en een aangetekende zending tevens omslachtig is, telkens men een overeen te komen kost wil maken.

Echter in geval van noodzakelijkheid (zoals onder meer voor schoolboeken, schooluitstappen) of hoogdringendheid (bvb een spoedopname of spoedraadpleging bij een arts-specialist) is dergelijk voorafgaand overleg niet nodig.

Verder wordt bepaald dat deze kosten om de drie maanden dienen te worden afgerekend, waarbij de afrekening telkens dient vergezeld te zijn van de nodige bewijsstukken en dat de betaling dient te gebeuren door de ouder-schuldenaar, binnen de 15 dagen na de mededeling van de afrekening met de bewijsstukken.

Een overzicht van de tussenkomsten van het ziekenfonds, van de hospitalisatieverzekering of van een andere aanvullende verzekering, dient minstens jaarlijks in september te worden meegedeeld aan de andere ouder, samen met het bewijs van de school- en/of studietoelage, zodat het nodige kan worden verrekend.

Het KB is in werking getreden op 12 mei 2019.

Indien u nog verdere vragen zou hebben, aarzel dan niet ons te contacteren.

Permanentie bemiddelaars familierechtbank Antwerpen gaat van start vanaf januari 2020

Bij de aanvang van een procedure met minderjarige kinderen zullen partijen voorafgaand de behandeling van hun zaak op de familierechtbank een gesprek moeten hebben met een erkend bemiddelaar die vrijblijvend toelichting geeft over de verschillende trajecten van bemiddeling, kamer van minnelijke schikking, (collaboratieve) onderhandeling, gerechtelijke procedure en die samen met hen het meest gepaste traject verkent. Dit gesprek is gratis en partijen ontvangen hiervan een attest. Behoudens een aantal uitzonderingen of wanneer de rechtbank kan afleiden dat partijen weloverwogen hebben kunnen kiezen op welke wijze zij hun conflict wensen op te lossen, zal de zaak door de familierechtbank slechts behandeld worden mits voorlegging van dit attest.
Op die wijze zullen de partijen de oplossing van hun geschil zelf mee in de hand kunnen houden en zich niet onwetend kunnen vastbijten in een procedure.

De bemiddelingsparadox

Het voorstel van verplichte bemiddelingspoging kan positief onthaald worden maar dient met de nodige omzichtigheid uitgewerkt te worden. Een (v)echtscheiding is een emotionele periode waarin zowel ouders als kinderen betrokken partij zijn en meestal loyaal zullen willen zijn tegenover hun beide ouders.
Wanneer de ex-partnerrelatie nog niet bepleisterd is en de boosheid de bovenhand heeft is het niet aangewezen om deze gesprekken samen met de kinderen te voeren op het gevaar van suggestieve manipulatie door minstens één van de ouders.
Er dient dan ook gepleit te worden voor een multidisciplinair-bemiddelingstraject waarbij eerst in afzonderlijke gesprekken zal worden gepeild naar de behoeften van de kinderen en de ouders.
Verder zijn advocaten vandaag al als actoren van justitie wettelijk verplicht om hun sceptische cliënt over de diverse bestaande ADR-trajecten, waaronder bemiddeling, te informeren en zich niet op de eerste plaats te focussen op een vechtscheiding. De klassieke baatzuchtige advocaat in familiezaken wordt op die manier aan banden gelegd of zal zich moeten aanpassen.
De bemiddelingsparadox wordt stilaan doorbroken door ADR naast de gerechtelijke procedure te laten fungeren.

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén