De bespreking van het principe van omzetting van vruchtgebruik na een overlijden is en blijft een heikel punt tussen erfgenamen met tegengestelde belangen (bijvoorbeeld het vruchtgebruik van de langstlevende tweede echtgenote en de blote eigendom van kinderen van overleden vader). Tot voor kort voorzag de wet niet in een duidelijke regel ter bepaling van welke waarde aan een vruchtgebruik kan worden toebedeeld.

Een aantal ruim omschreven aangereikte criteria (bijvoorbeeld de vermoedelijke levensduur van de vruchtgebruiker, waarde van de goederen, de schulden-zie het oude artikel 745§3sexies B.W.) gaven aanleiding tot verschillende interpretaties. Hierdoor ontstonden grote discussies in delicate zaken, vaak erfeniskwesties, waardoor een overeenkomst tussen partijen meestal uitgesloten was. Vaak diende dan ook een gerechtelijke procedure te worden opgestart en waarbij de rechter zelf beroep diende te doen op diverse (niet wettelijke) berekeningsformules.

Met de wet van 22 mei 2014 (BS 13 juni 2014) wordt een uniforme dwingende regel ingevoerd voor de waardering van het vruchtgebruik. Deze regel geldt bij omzetting van het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot maar ook wanneer vruchtgebruiker en blote eigenaars beslissen om samen een onroerend goed te verkopen zonder noodzakelijkerwijze al afspraken te moeten maken over de verdeling van de opbrengst ervan.

Voor elk verzoek tot omzetting zal de waardering vanaf 25 januari 2015 gebeuren op basis van de jaarlijkse omzettingstabellen die bij Ministerieel Besluit worden vastgelegd waarin percentages worden bepaald die zullen worden toegepast op de verkoopwaarde van goederen, in functie van het geslacht van de vruchtgebruiker en zijn leeftijd op datum van verzoek tot omzetting.

Belangrijk om te weten is dat partijen nog steeds wel kunnen overeenkomen om van deze regels af te wijken (keuzevrijheid), hetgeen noodzakelijk zou kunnen zijn wanneer iemand bijvoorbeeld terminaal ziek is.

De nieuwe uniforme dwingende regel met concrete waardering (maar met behoud van keuzevrijheid indien nodig) zal alleszins een valabele hulp zijn bij de afwikkeling van vele erfeniskwesties en discussies op dat vlak indijken.