Bijlage 2 – Trajecten Problematische Opvoedingssituatie (POS) en Misdrijf Omschreven Feiten (MOF). Krijtlijnen inzake de verhouding vast aanspreekpunt lokale politie – school in het kader van omzendbrief PLP 41

Bijlage 2

Het traject problematische opvoedingssituatie (POS)

Een minderjarige kan zich in een problematische opvoedingssituatie bevinden. Dit is het geval wanneer de minderjarige in een toestand verkeert waarbij de fysieke integriteit, de affectieve, morele, intellectuele of sociale ontplooiingskansen in het gedrang komen door bijzondere gebeurtenissen, door relationele conflicten of door de omstandigheden waarin de minderjarige leeft1.

1 Decreten inzake bijzondere jeugdbijstand, gecoördineerd op 4 april 1990.

2 Brochure “Werking Jeugdparket Antwerpen” Parket Antwerpen, 2005.

Iedereen kan in principe het jeugdparket in kennis stellen van een POS, maar in de praktijk zijn het vooral de politiediensten die dit doen. Vaak bevat een melding onvoldoende informatie voor het jeugdparket om een duidelijke richting te geven aan het dossier. Daarom zal de politie vaak de opdracht krijgen om een sociaal onderzoek te verrichten.

Het jeugdparket heeft verschillende mogelijkheden: zij kan het dossier seponeren, het verwijzen naar het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg (CBJ) (wanneer hulpverlening nodig is en er kans is op slagen binnen de vrijwillige hulpverlening, het gezin moet deze hulp dan zelf vragen aan het CBJ), het voorleggen aan de Bemiddelingscommissie (BC) (wanneer vrijwillige hulpverlening niet mogelijk is of geen effect heeft, de BC kan het dossier seponeren, terugverwijzen naar het CBJ of naar het jeugdparket, dat dan de jeugdrechter kan vorderen) of hoogdringende maatregelen vorderen (via de jeugdrechter, indien vrijwillige hulpverlening onmogelijk is en er dringend beschermende maatregelen vereist zijn.)

Bij de aanpak van een problematische opvoedingssituatie zal er steeds worden uitgegaan van vrijwillige hulpverlening aan de minderjarige en zijn of haar gezin2.

Het traject “als misdrijf omschreven feiten” (MOF)

Een als misdrijf omschreven feit is hetzelfde als een strafbaar feit, maar dan gepleegd door een minderjarige. Algemeen gesteld kunnen minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit plegen niet gestraft worden zoals een meerderjarige. Minderjarigen vallen namelijk onder toepassing van het jeugdrecht. Deze wet legt de nadruk op de heropvoeding van de jongere. Dit impliceert dat men de jongere zal wijzen op zijn verantwoordelijkheid en een herstelgerichte benadering zal nastreven.

Processen-verbaal die lastens minderjarigen worden opgesteld komen terecht bij het jeugdparket. Deze magistraten zullen de feiten kwalificeren en bepalen wat er verder met het dossier gebeurt. Het jeugdparket kan opdrachten geven aan politiediensten, ondermeer de opdracht een dossier verder te onderzoeken en/of te kaderen binnen een ruimere sociale context (sociaal of familiaal onderzoek). Het jeugdparket kan een dossier seponeren (zonder gevolg klasseren) of zij kunnen de minderjarige en zijn ouders oproepen, waarschuwen of een bemiddeling voorstellen om tot een herstel te komen en het slachtoffer te erkennen en te vergoeden. Het jeugdparket kan de minderjarige voor de jeugdrechter brengen indien zij oordeelt dat de feiten ernstig zijn en een bemiddeling niet haalbaar is of niet volstaat.

Ten aanzien van een minderjarige die een als misdrijf omschreven feit pleegt, kan een jeugdrechter maatregelen van bewaring, opvoeding en behoeding opleggen vanaf de leeftijd van twaalf jaar. Een kind jonger dan twaalf jaar dat een als misdrijf omschreven feit pleegt, wordt verondersteld zich in een problematische opvoedingssituatie te bevinden.

Voor jongeren, tussen 16 en 18 jaar, die niet openstaan voor een pedagogische aanpak en ofwel ernstige feiten hebben gepleegd, ofwel vroeger reeds een jeugdbeschermingsmaatregel kregen opgelegd, is er een speciale procedure. De jeugdrechter kan, na een advies van deskundigen en een maatschappelijk en medisch-psychologisch onderzoek, beslissen zo een jongere “uit handen te geven”. De jongere valt dan onder de toepassing van het strafrecht en zal voor een “gewone” strafrechter verschijnen.

De door het jeugdparket of de jeugdrechter genomen maatregelen worden nooit vermeld op het strafregister.3

3 Brochure “De aanpak van jeugddelinquentie”, FOD Justitie, Brussel, Communicatiedienst FOD Justitie, 23 p. Voor meer informatie over de nieuwe regelgeving inzake jeugdbescherming verwijzen wij naar deze brochure. De geïnteresseerde lezer kan deze bestellen of downloaden via de website van de Federale Overheidsdienst Justitie www.just.fgov.be