Maand: november 2017

Ouderverstoting-wees alert!

Bij ouderverstoting wordt één van beide ouders zwartgemaakt bij het kind, of weggehouden uit het leven van het kind. Wanneer hier niet wordt ingegrepen kan het kind PAS (Parental Alienation Syndrome) ontwikkelen en hier de rest van zijn leven last van houden. Ouderverstoting komt het meest voor bij vrouwen (90%) die de ex-partner (de man) zwart maakt en ervoor zorgt dat die ouder zijn kinderen niet meer mag zien.

Ouderverstoting herkennen

(Doordat het in 90% van de gevallen de vader is die verstoten wordt, zal er hier daarom vanuit worden gegaan dat de vader verstoten wordt.)

  • De moeder laat negatieve emoties ten opzichte van de vader duidelijk merken aan de kinderen.
  • De moeder vergroot de tekortkomingen van vader uit en vertelt hierover tegen iedereen die dit maar wilt horen, ook in bijzijn van de kinderen.
  • De moeder zorgt ervoor dat vader niet betrokken is bij school en ouderavonden, sportclubs, medische informatie en overlegt niet bij belangrijke beslissingen. Vader wordt als nutteloos gezien in dit proces.
  • De moeder gooit post, kaarten of e-mails die afkomstig zijn van de vader voor de kinderen perrongeluk weg.
  • Wanneer de vader belt zegt de moeder dat hij op een verkeerd moment belt en dat hij later maar terug moet bellen. De moeder of het kind zal niet zelf terug bellen.
  • De moeder wil niet meewerken aan een omgangsregeling die uitgaat van de rechten van het kind om beide ouders te mogen zien.
  • Wanneer er wel een goede omgangsregeling is houd moeder zich daar niet aan.
  • De moeder spreekt negatief over de vader tegenover vrienden en familie, school, sportclubs.
  • De moeder spreekt negatief over de vader tegen advocaten, therapeuten en andere deskundigen, bureau jeugdzorg en de huisarts.
  • De moeder verwijt de vader dat hij niet aan het ideaal beeld als vader kan voldoen.
  • De moeder heeft keer op keer een excuus dat het kind niet naar de vader toe kan, of zegt dat het kind zelf niet wilt.
  • De moeder zorgt ervoor dat elke communicatie tussen vader en kind onmogelijk wordt gemaakt.
  • De moeder zal haar kinderen niet aansporen om vader te bellen met zijn verjaardag, Vaderdag of een ander belangrijk moment in zijn of hun leven.
  • De moeder hoort het kind uit na een bezoek aan vader en het kind voelt zich genoodzaakt de negatieve aspecten te vergroten van het bezoek. (loyaliteitsconflict bij het kind).
  • De moeder komt nooit of zelfde bij de vader thuis.
  • De kinderen mogen niet naar verjaardagsfeestjes van kinderen die ze kennen uit vaders omgeving.
  • De moeder keurt de cadeautjes die de kinderen van hun vader hebben gekregen af. (Waar de kinderen bij zijn).
  • De moeder laat duidelijk blijken dat ze niet blij is dat de kinderen naar hun vader gaan.
  • De moeder wil liever niet dat het kind gaat logeren bij opa of oma, ooms of tantes van vaders kant.
  • De moeder zorgt ervoor dat ze onmisbaar is voor het kind en de ontwikkeling van het kind staat dit in de weg.
  • De moeder beschuldigt vader onterecht van incest, slechte behandeling, mishandeling, bedreiging (verhalen die niet hard te maken zijn). Het kind is er bang voor en gaat het voor waarheid aanzien.

Het kind voelt zich genoodzaakt de negatieve aspecten van het bezoek aan vader uit te vergroten en durft niet te vertellen dat hij het leuk heeft gehad. Ook heeft het kind het gevoel dat er gekozen moet worden voor één van beide ouders.

Gevolgen voor het kind
  • een laag zelfbeeld
  • gebrekkige sociale ontwikkeling
  • alcohol-drugs misbruik
  • verwarring
  • identiteitscrisis
  • zelf geen relaties kunnen aangaan
  • verminderd vertrouwen in anderen
  • angsten
  • depressie

Kinderen die dit overkomt, zitten compleet gevangen in een web van leugens en negatieve uitlatingen over de andere ouder. De manipulerende ouder beïnvloedt niet alleen het kind, maar de hele omgeving waaronder familie, vrienden en buren, maar ook leerkrachten, professionele hulpverleners, advocaten en zelfs rechters.

Mensen in de directe omgeving van het kind hebben meestal geen idee wat er werkelijk gaande is. Van ouderverstoting hebben ze nog nooit gehoord, laat staan dat ze de signalen herkennen. Familie en vrienden van de manipulerende ouder gaan daardoor gemakkelijk mee in de negatieve en lasterlijke verhalen over de andere ouder. Die komen zo op het eerste gezicht ook heel authentiek en geloofwaardig over. Want als een kind zelf geen contact meer wil met de eigen vader of moeder, ‘dan moet er wel echt iets vreselijk mis zijn met die ouder‘. Zo wordt er gedacht en vervolgens wordt het onderwerp maar liever gemeden.

Het kind staat alleen met alle pijn, ellende en verdriet over het missen van de andere ouder. Het kan nergens terecht met wat het werkelijk voelt en krijgt geen hulp. De manipulerende ouder weet de andere ouder uiteindelijk volledig buiten spel te zetten, want ook jeugdzorg, de kinderbescherming, professionele hulpverlening en zelfs de familierechter kijkt liever weg van dit inmiddels enorme maatschappelijke probleem. Zij falen in het herkennen van de signalen, zijn partijdig en bevooroordeeld, kijken niet naar feiten en belonen de ‘foute’ ouder door de omgang met de andere ouder te ontzeggen.

Wat kun je zelf doen?

Familie, vrienden, buren, leerkrachten, leerlingenbegeleiding, … die een vermoeden hebben van ouderverstoting in hun omgeving kunnen wel degelijk wat doen. Zij kunnen en mogen niet meer wegkijken! Wees alert en sta open voor de signalen. Negeer die niet en kijk niet weg, want als je het gevoel hebt dat er ‘iets’ aan de hand is, klopt dat vaak ook.
Merkt u dat een ouder en kind deze symptomen vertonen, doe dan uw best uw zorg over het kind aan de orde te stellen bij beide ouders. Lukt toenadering niet, zoek dan hulp voor de ouders en het kind. Als een ouder hier bewust aan meewerkt is het psychische kindermishandeling. Mocht u signalen oppikken in uw omgeving, meldt het dan. Helaas is de juridische weg nog niet zover dat ouders verplicht worden hun verantwoording te nemen in het belang van het kind.
Elk kind heeft er recht op ontlast te worden van een onterecht negatief ouderbeeld, omdat de last die het kind daarvan meedraagt zonder hulp levenslang destructief kan aanhouden.

Nieuwe omzettingsregeling leggen waarde vruchtgebruik vast

De bespreking van het principe van omzetting van vruchtgebruik na een overlijden is en blijft een heikel punt tussen erfgenamen met tegengestelde belangen (bijvoorbeeld het vruchtgebruik van de langstlevende tweede echtgenote en de blote eigendom van kinderen van overleden vader). Tot voor kort voorzag de wet niet in een duidelijke regel ter bepaling van welke waarde aan een vruchtgebruik kan worden toebedeeld.

Een aantal ruim omschreven aangereikte criteria (bijvoorbeeld de vermoedelijke levensduur van de vruchtgebruiker, waarde van de goederen, de schulden-zie het oude artikel 745§3sexies B.W.) gaven aanleiding tot verschillende interpretaties. Hierdoor ontstonden grote discussies in delicate zaken, vaak erfeniskwesties, waardoor een overeenkomst tussen partijen meestal uitgesloten was. Vaak diende dan ook een gerechtelijke procedure te worden opgestart en waarbij de rechter zelf beroep diende te doen op diverse (niet wettelijke) berekeningsformules.

Met de wet van 22 mei 2014 (BS 13 juni 2014) wordt een uniforme dwingende regel ingevoerd voor de waardering van het vruchtgebruik. Deze regel geldt bij omzetting van het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot maar ook wanneer vruchtgebruiker en blote eigenaars beslissen om samen een onroerend goed te verkopen zonder noodzakelijkerwijze al afspraken te moeten maken over de verdeling van de opbrengst ervan.

Voor elk verzoek tot omzetting zal de waardering vanaf 25 januari 2015 gebeuren op basis van de jaarlijkse omzettingstabellen die bij Ministerieel Besluit worden vastgelegd waarin percentages worden bepaald die zullen worden toegepast op de verkoopwaarde van goederen, in functie van het geslacht van de vruchtgebruiker en zijn leeftijd op datum van verzoek tot omzetting.

Belangrijk om te weten is dat partijen nog steeds wel kunnen overeenkomen om van deze regels af te wijken (keuzevrijheid), hetgeen noodzakelijk zou kunnen zijn wanneer iemand bijvoorbeeld terminaal ziek is.

De nieuwe uniforme dwingende regel met concrete waardering (maar met behoud van keuzevrijheid indien nodig) zal alleszins een valabele hulp zijn bij de afwikkeling van vele erfeniskwesties en discussies op dat vlak indijken.

 

More than average

Nieuwsflash…

top48

22 years…
Experience in Family Law and Patrimonial Law
Visie

Familiale conflicten zijn problemen die diep ingrijpen in uw persoonlijk leven zodat u steevast moet streven naar een snelle, evenwichtige, efficiënte en duurzame oplossing. In het familierecht is de wereld niet zwart-wit. U heeft er enerzijds  geen boodschap aan om te belanden in een nodeloze vechtprocedure , terwijl er anderzijds juridisch toch veel moet geregeld worden. Het raadplegen van de juiste expert, advocaat, bemiddelaar of notaris, op het juiste ogenblik is dan ook cruciaal.

Het is pas zinvol om te procederen wanneer alternatieven zoals bemiddeling en onderhandeling met zekerheid uitgesloten zijn.

Als expert advocaat-bemiddelaar weet ik wanneer er nog bemiddeld kan worden of niet. Ik weet ook wanneer het vanuit juridisch-technisch oogpunt nog zinvol kan zijn om te onderhandelen of niet (rekening houdende met de bestaande wetgeving, rechtspraak en rechtsleer).

Particulier of ondernemer? U kan bij mij terecht en zal zich geen nummer voelen. Als expert familierecht en vermogensrecht regel ik alle aspecten, zowel voor, tijdens als na uw echtscheiding of andere familiale problemen, alsook uw patrimoniale problemen, de vereffening-verdeling na echtscheiding (inclusief de vennootschappen) of uw vermogensplanning. Ik anticipeer op voorhand wat voor u de beste strategie zal zijn en verleen u deze full service op een ambachtelijke wijze met zeer transparante tarieven.

Ik begeleid u met inleving in al uw familiale conflicten en beoog samen met u creatieve oplossingen gesteund op een kwalitatief juridisch correcte analyse.

Dit is de juiste aanpak.

VOOR AL UW VRAGEN – EEN HELDER ANTWOORD
BEL NU !

Fleur Goister 

+32 3 344 48 29
info@fleurgoister.be
Fleur Goister @ LinkedIn

mailto:info@fleurgoister.be

Advocaat – Bemiddelaar – Vr. Academisch Medewerker VUB 

GF FAMILY LAW  – AARTSELAAR –  AZALEALAAN 6

Webdesign stormsoft.be

Het traject problematische opvoedingssituatie (POS)

Bijlage 2 – Trajecten Problematische Opvoedingssituatie (POS) en Misdrijf Omschreven Feiten (MOF). Krijtlijnen inzake de verhouding vast aanspreekpunt lokale politie – school in het kader van omzendbrief PLP 41

Bijlage 2

Het traject problematische opvoedingssituatie (POS)

Een minderjarige kan zich in een problematische opvoedingssituatie bevinden. Dit is het geval wanneer de minderjarige in een toestand verkeert waarbij de fysieke integriteit, de affectieve, morele, intellectuele of sociale ontplooiingskansen in het gedrang komen door bijzondere gebeurtenissen, door relationele conflicten of door de omstandigheden waarin de minderjarige leeft1.

1 Decreten inzake bijzondere jeugdbijstand, gecoördineerd op 4 april 1990.

2 Brochure “Werking Jeugdparket Antwerpen” Parket Antwerpen, 2005.

Iedereen kan in principe het jeugdparket in kennis stellen van een POS, maar in de praktijk zijn het vooral de politiediensten die dit doen. Vaak bevat een melding onvoldoende informatie voor het jeugdparket om een duidelijke richting te geven aan het dossier. Daarom zal de politie vaak de opdracht krijgen om een sociaal onderzoek te verrichten.

Het jeugdparket heeft verschillende mogelijkheden: zij kan het dossier seponeren, het verwijzen naar het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg (CBJ) (wanneer hulpverlening nodig is en er kans is op slagen binnen de vrijwillige hulpverlening, het gezin moet deze hulp dan zelf vragen aan het CBJ), het voorleggen aan de Bemiddelingscommissie (BC) (wanneer vrijwillige hulpverlening niet mogelijk is of geen effect heeft, de BC kan het dossier seponeren, terugverwijzen naar het CBJ of naar het jeugdparket, dat dan de jeugdrechter kan vorderen) of hoogdringende maatregelen vorderen (via de jeugdrechter, indien vrijwillige hulpverlening onmogelijk is en er dringend beschermende maatregelen vereist zijn.)

Bij de aanpak van een problematische opvoedingssituatie zal er steeds worden uitgegaan van vrijwillige hulpverlening aan de minderjarige en zijn of haar gezin2.

Het traject “als misdrijf omschreven feiten” (MOF)

Een als misdrijf omschreven feit is hetzelfde als een strafbaar feit, maar dan gepleegd door een minderjarige. Algemeen gesteld kunnen minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit plegen niet gestraft worden zoals een meerderjarige. Minderjarigen vallen namelijk onder toepassing van het jeugdrecht. Deze wet legt de nadruk op de heropvoeding van de jongere. Dit impliceert dat men de jongere zal wijzen op zijn verantwoordelijkheid en een herstelgerichte benadering zal nastreven.

Processen-verbaal die lastens minderjarigen worden opgesteld komen terecht bij het jeugdparket. Deze magistraten zullen de feiten kwalificeren en bepalen wat er verder met het dossier gebeurt. Het jeugdparket kan opdrachten geven aan politiediensten, ondermeer de opdracht een dossier verder te onderzoeken en/of te kaderen binnen een ruimere sociale context (sociaal of familiaal onderzoek). Het jeugdparket kan een dossier seponeren (zonder gevolg klasseren) of zij kunnen de minderjarige en zijn ouders oproepen, waarschuwen of een bemiddeling voorstellen om tot een herstel te komen en het slachtoffer te erkennen en te vergoeden. Het jeugdparket kan de minderjarige voor de jeugdrechter brengen indien zij oordeelt dat de feiten ernstig zijn en een bemiddeling niet haalbaar is of niet volstaat.

Ten aanzien van een minderjarige die een als misdrijf omschreven feit pleegt, kan een jeugdrechter maatregelen van bewaring, opvoeding en behoeding opleggen vanaf de leeftijd van twaalf jaar. Een kind jonger dan twaalf jaar dat een als misdrijf omschreven feit pleegt, wordt verondersteld zich in een problematische opvoedingssituatie te bevinden.

Voor jongeren, tussen 16 en 18 jaar, die niet openstaan voor een pedagogische aanpak en ofwel ernstige feiten hebben gepleegd, ofwel vroeger reeds een jeugdbeschermingsmaatregel kregen opgelegd, is er een speciale procedure. De jeugdrechter kan, na een advies van deskundigen en een maatschappelijk en medisch-psychologisch onderzoek, beslissen zo een jongere “uit handen te geven”. De jongere valt dan onder de toepassing van het strafrecht en zal voor een “gewone” strafrechter verschijnen.

De door het jeugdparket of de jeugdrechter genomen maatregelen worden nooit vermeld op het strafregister.3

3 Brochure “De aanpak van jeugddelinquentie”, FOD Justitie, Brussel, Communicatiedienst FOD Justitie, 23 p. Voor meer informatie over de nieuwe regelgeving inzake jeugdbescherming verwijzen wij naar deze brochure. De geïnteresseerde lezer kan deze bestellen of downloaden via de website van de Federale Overheidsdienst Justitie www.just.fgov.be

Familierecht : de “nieuwe” familierechtbank, enkele one-liners

Vanaf 1 september 2014 kan u voortaan voor alle familiale geschillen terecht bij de “nieuwe” familierechtbank. Deze bestaat uit familiekamers (alle burgerlijke familiale geschillen), jeugdkamers (voor maatregelen te nemen over minderjarigen die strafbare feiten pleegden of in gevaar zijn of voor maatregen tav ouders ervan of minderjarige geesteszieken) en kamers voor minnelijke schikking.

Eén familiedossier

Voortaan zal er één familiedossier bestaan bij één familierechtbank waarin alle vorderingen worden gebundeld, zowel de spoedeisende vorderingen als de definitieve. De zaken die de wet spoedeisend acht, blijven bovendien ingeschreven op de rol, hetgeen betekent dat uw zaak -ook in geval van hoger beroep- wanneer er “nieuwe elementen” zijn gewoon op schriftelijk verzoek of bij conclusie opnieuw kan voorgelegd worden aan de rechter (blijvende saisine).

De volgende zaken worden altijd geacht spoedeisend te zijn : afzonderlijke verblijfplaatsen, ouderlijk gezag, verblijfsregeling, onderhoudsverplichtingen, recht op persoonlijk contact, internationale kindontvoering, weigering wettelijke samenwoning, machtiging om te huwen, voorlopige maatregelen tussen echtgenoten, wettelijk samenwonenden en feitelijk samenwonenden met kinderen.

De woonplaats van de minderjarige bepaalt in principe welke familierechtbank territoriaal bevoegd is. Voor de jeugdrechtbank is dat in principe de verblijfplaats van de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen.

Het bestaan van slechts één familiedossier bij één familierechtbank zal er alleszins voor zorgen dat een meer efficiënte en coherente rechtsbedeling tot stand kan komen zonder versnippering over diverse rechtbanken.

Op die manier maakt de wetgever dus een einde aan de verspreiding van bevoegdheden in familiale geschillen tussen de jeugdrechtbanken, rechtbanken van eerste aanleg, kortgedingrechters en vredegerechten zoals voordien het geval was.

Een voorbeeld.

Bij een breuk tussen twee partners zal het onderscheid of deze al dan niet gehuwd, wettelijk samenwonend of feitelijk samenwonend (indien er minderjarigen zijn), niet meer uitmaken.

1. Uw relatie bevindt zich in een zware crisis zodanig dat het samenleven niet meer mogelijk is; u wenst een time-out maar u bent nog niet zeker of dit definitief is.

–> vroeger : de gehuwden en wettelijk samenwonenden dienden zich dan naar de vrederechter te begeven om voorlopige maatregelen te vorderen om uit hun impasse te geraken. De feitelijk samenwonenden daarentegen met minderjarigen konden in een crisissituatie enkel terecht bij de kortgedingrechter en jeugdrechter.

–> nu : altijd de “nieuwe” familierechtbank.

2. Uw relatie is definitief voorbij en u wenst ze te beëindigen maar er moeten ondertussen dringende afspraken over de kinderen en het huis worden genomen.

–> vroeger : wanneer er tijdens de echtscheidingsprocedure voorlopige maatregelen voor de echtgenoten en de kinderen dienden geregeld te worden, was de kortgedingrechter bevoegd. Voor de echtscheiding en vereffening-verdeling nadien zelf was dan weer de rechtbank van eerste aanleg bevoegd. Wanneer na de echtscheiding de voorlopige maatregelen voor de kinderen nog dienden aangepast/gewijzigd te worden, diende men zich te wenden tot de jeugdrechter bij nog minderjarige kinderen of de vrederechter indien het enkel over onderhoudsbijdragen handelde of in geval van meerderjarige kinderen….Voor een definitieve regeling voor de kinderen na een breuk bij wettelijk of feitelijk samenwonenden was de jeugdrechtbank bevoegd. Voor hun vereffening-verdeling bij deze samenwonenden de rechtbank van eerste aanleg.

–> nu : altijd de “nieuwe” familierechtbank.

Horen van de minderjarigen

M.b.t. het horen van de minderjarige wordt er een onderscheid gemaakt tussen kinderen vanaf 12 jaar en kinderen onder de 12 jaar. De minderjarige vanaf 12 jaar wordt automatisch door de rechter ingelicht over zijn recht om gehoord te worden of om dit te weigeren. Maar ook de minderjarige onder de 12 jaar kan nu worden gehoord op zijn eigen verzoek, verzoek van partijen, ambthalve op verzoek van de rechter of op verzoek van het openbaar ministerie. Wanneer het verzoek van de minderjarige onder de 12 jaar van hem/haar zelf uitgaat of het openbaar ministerie dan kan de rechter dit niet weigeren.

Persoonlijke verschijning van partijen

Als er minderjarigen betrokken zijn waarover maatregelen moeten beslist worden dan moeten de partijen altijd persoonlijk verschijnen op de zitting (inleiding en pleitzitting) zoniet dan lopen zij het risico dat hun vordering vervallen verklaard wordt of dat een beslissing wordt genomen in hun afwezigheid.

Persoonlijke verschijning is eveneens verplicht als het over de afzonderlijke verblijfplaats gaat, het ouderlijk gezag, de verblijfsregeling, persoonlijk contact en onderhoudsverplichtingen.

Slotoverweging

De snelheid van procederen voor deze “nieuwe” familierechtbank valt nog af te wachten waarbij een coherente organisatie binnen de magistratuur noodzakelijk zal zijn.

Hetzelfde kan worden gesteld over de rol van de kamers voor minnelijke schikking. De wet voorziet dat bij het inleiden van het dossier de partijen uitdrukkelijk informatie verstrekt krijgen over de mogelijkheden tot minnelijke schikking, waaronder bemiddeling. Indien partijen hiertoe bereid zijn dan kan de procedure worden opgeschort voor bemiddeling of kunnen partijen worden doorverwezen naar een kamer van minnelijke schikking. De vraag kan gesteld worden of dit voldoende zal zijn om partijen tot bemiddeling te kunnen aansporen? De rechters vervullen hierbij onmiskenbaar een belangrijke rol.

Het is dus af te wachten op welke wijze de nochtans cruciale rol van de familiale bemiddelaars in familiale geschillen on the field een plaats zal kunnen veroveren en/of de (te) beperkte voorziening van de wetgever op dit vlak zijn doel niet voorbij schiet ondanks zijn nobele intenties?

 

Extra veel echtscheidingen op komst

Door de nakende afschaffing van de ‘miserietaks’ besloten in het laatste kwartaal van 2014 heel wat koppels het nog eventjes bij elkaar uit te houden. Het aantal echtscheidingen ligt daarom nu in januari een pak hoger.

Heel wat koppels hebben in het voorbije 2014 hun echtscheidingsplannen ‘on hold’ gezet om te wachten op de verlaging van de miserietaks vanaf 1 januari dit jaar. Dat uitstel kon hen immers al snel een verschil van 2.000 à 3.000 euro opleveren aan ‘miserietaks.’ Dat is de verdeeltaks die moet worden betaald wanneer gezamenlijke eigenaars van een pand – bijjvoorbeeld de gezinswoning – beslissen dat een van hen de andere uitkoopt.

Deze verdeeltaks is vanaf 1 januari 2015 in ons Vlaams Gewest opnieuw verlaagd naar 1 procent. Tot 1 augustus 2012 was het tarief van 1 procent van het registratierecht uniform in de drie gewesten van België. De Vlaamse regering besloot evenwel in 2012 om dit tarief meer dan te verdubbelen van 1 naar 2,5 procent en dit om louter budgettaire redenen.

Verhuis uit gezinswoning

Vanuit menselijk oogpunt was deze ‘miseriemaatregel’ onaanvaardbaar. Koppels werden – zonder echt aanvaardbare reden – plots geconfronteerd met een extra tax waarmee ze dienden rekening te houden. Dit had voor gevolg dat in de praktijk de ex-partner die bijvoorbeeld het aandeel in de gezinswoning van zijn toekomstige ex-partner wenste over te kopen, dit net niet kon omdat hij bijvoorbeeld juist geen herfinanciering kon krijgen bij de bank. Wat gevolgen had voor de kinderen en zelfs voor de afspraken rond hun verblijfsregeling. Beide ex-partners dienden zich te voorzien in een nieuwe woonst (in plaats van één), waardoor de kinderen uit de vertrouwde gezinswoning moesten verhuizen, met allerhande andere dubbele kosten tot gevolg.

Deze miserietaks werd dan ook terecht fel bekritiseerd. De Vlaamse regering zag dit in en trok de verhoging nu in. Uit de echt gescheidenen met onderlinge toestemming of op grond van onherstelbare ontwrichting en de ex wettelijk samenwonenden genieten voortaan vanaf 1 januari 2015 opnieuw van de verlaagde verdeeltaks van 1 procent. Evenwel voor koppels die in het Vlaamse Gewest nog voor 31.12.2014 een regeling rond hun verdeling hebben getroffen en een overeenkomst hebben ondertekend, blijft de miserietaks van 2,5 procent van toepassing, ook wanneer hun echtscheiding pas in 2015 ingeschreven wordt.

Buitenverblijven

Voorts is de nieuwe verlaagde verdeeltaks niet alleen van toepassing op de gezinswoning, maar op alle onroerende goederen die moeten verdeeld worden. Tweede verblijven, buitenverblijven, enz … vallen dus ook onder de regeling. Ook het afstaan of de verdeling van het vruchtgebruik of van de naakte eigendom valt onder de nieuwe tariefverlaging van 1 procent.

Nog enkele nieuwigheden. De verdeeltaks van 1 procent blijft ook geldig wanneer er na de echtscheiding geen einde komt aan de verdeeldheid, hetgeen betekent dat wanneer de omstandigheid zich voordoet dat een koppel beslist om nog een tijd in onverdeeldheid te blijven na de scheiding, deze taks van 1 procent gehandhaafd blijft. Koppels die in België onroerend goed hebben, maar in een andere Europese lidstaat uit de echt scheiden, genieten voortaan ook van de nieuwe verlaagde verdeeltaks van 1 procent.

Tenslotte moet nog vermeld worden dat voor de feitelijk samenwonenden die scheiden helaas nog niets werd voorzien door de Vlaamse regering. Zij vallen dus uit de boot en genieten niet van het verlaagd tarief. Voor hen blijft de miserietaks van 2,5 procent momenteel nog van toepassing.

 

 

 

 

 

Erven of sterven op een zo fiscaal voordelige maar veilige en wettelijke manier

De in de volksmond genaamde “erfenisrechten”, zijnde de successierechten, zijn in beginsel altijd verschuldigd in geval van overdracht van goederen door overlijden.

Er bestaan een aantal technieken om ter gelegenheid van uw overlijden (dat er ooit zal komen) reeds een aantal goederen over te dragen bij leven op een zo fiscaal voordelig mogelijke manier, bijvoorbeeld via het huwelijkscontract, vrijstelling van successierechten op de gezinswoning voor de langstlevende partner in Vlaanderen en Brussel, een schenking in onverdeeldheid en uit onverdeeldheidtreding (de techniek van de dubbele akte), gesplitste aankoop onder bepaalde voorwaarden, het oprichten van een patrimoniumvennootschap en handgift, het afsluiten van een vermogenskrediet, een levensverzekering…

Of dat één of meerdere van deze technieken interessant kunnen zijn voor u is afhankelijk van elke specifieke situatie afzonderlijk waarbij u rekening moet houden met de fictiebepalingen die de wetgever in het Wetboek van Successierechten heeft ingelast door bepaalde overdrachten bij leven onder bepaalde omstandigheden gelijk te stellen met een overdracht door overlijden en de rechtspraak hieromtrent.

Enkel en alleen op deze wijze zal het mogelijk zijn om uw vermogen op een veilige verantwoorde wijze en in overeenstemming met de wet te optimaliseren bij leven en alsnog de heffing van een hoger successierecht later te vermijden.

Erfrecht en successierecht

Het wettelijk erfrecht wordt bepaald door de orde (aard van bloedverwantschap), de graad (afstand tussen bloedverwanten), de vererving in opgaande/nederdalende lijn en in de zijlijn (door zijverwanten t.e.m. de 4de graad), vererving voor gelijke delen en bij hoofden en bij staken in geval van plaatsvervulling.

Hoewel de langstlevende echtgenoot geen bloedverwant is erft zij of hij van de overledenen zelfs indien laatstvermelde afstammelingen uit een vorig huwelijk nalaat.

Het vrije beschikkingsrecht wordt beperkt in België en een deel van de nalatenschap komt steeds dwingend aan een bepaalde bloedverwant toe, de reservataire erfgenaam: de afstammelingen, ouders (bij gebreke aan afstammelingen) en de langstlevende echtgenoot.

Erven of sterven op een zo fiscaal voordelige maar veilige en wettelijke manier

De in de volksmond genaamde “erfenisrechten”, zijnde de successierechten, zijn in beginsel altijd verschuldigd in geval van overdracht van goederen door overlijden, behoudens de door de wet voorziene vrijstellingen.

Er bestaan een aantal technieken om ter gelegenheid van uw overlijden (dat er ooit zal komen) reeds een aantal goederen over te dragen bij leven op een zo fiscaal voordelig mogelijke manier, bijvoorbeeld via het huwelijkscontract, vrijstelling van successierechten op de gezinswoning voor de langstlevende partner in Vlaanderen en Brussel, een schenking in onverdeeldheid en uit onverdeeldheidtreding (de techniek van de dubbele akte), gesplitste aankoop onder bepaalde voorwaarden, het oprichten van een patrimoniumvennootschap en handgift, het afsluiten van een vermogenskrediet, een levensverzekering…

Of dat één of meerdere van deze technieken interessant kunnen zijn voor u is afhankelijk van elke specifieke situatie afzonderlijk. U zal alert moeten zijn voor de fictiebepalingen die de wetgever in het Wetboek van Successierechten heeft ingelast door bepaalde handelingen bij leven (overdrachten) toch nog gelijk te stellen met overdrachten door overlijden en de rechtspraak hieromtrent volgen. Doet u dit niet dan zullen deze handelingen door de fiscus toch nog bij de nalatenschap gerekend en belast worden.

De boodschap is dus : optimaliseer uw vermogen bij leven maar doe dit op een veilige en verstandige wijze zodat uw nabestaanden later niet voor onaangename ver(r)assingen komen te staan.

Bemiddelingsprotocol

Fleur Goister

Erkend bemiddelaar in familiale, burgerlijke en handelszaken

BEMIDDELINGSPROTOCOL

Tussen :
En :

Hierna “de partijen

En :

Hierna de bemiddelaar

WORDT HET VOLGENDE UITEENGEZET :

Tussen de partijen bestaat een geschil aangaande de ……..

De partijen wensen dit geschil op te lossen; te dien einde willen ze aan de bemiddelaar een bemiddelingsopdracht toevertrouwen.

PARTIJEN KOMEN DERHALVE ALS VOLGT OVEREEN :

  1. Vrijwillig verloop
    Partijen wensen overleg te plegen om, onder voorbehoud van al hun rechten, hun geschil bij te leggen. Elke partij mag, éénzijdig en discretionair, aan de bemiddeling een einde stellen. De bemiddeling gebeurt vrijwillig en elke partij verklaart zich akkoord om er op actieve wijze aan deel te nemen. Partijen behouden zich het recht voor om alle gerechtelijke en arbitrale procédures die ze nuttig zouden achten in werking te stellen. Alle procedures (met uitzondering van deze van louter conservatoire aard) zullen echter geschorst worden totdat een akkoord tussen de partijen tot stand is gekomen of totdat één der partijen of de bemiddelaar een einde stelt aan de bemiddeling.
  1. Rol van de bemiddelaar
    De bemiddelaar handelt in alle neutraliteit met het oog op het bevorderen van een minnelijk akkoord. Te dien einde zal hij pogen de voorwaarden te scheppen die het volgende zal toelaten of vergemakkelijken :het wederzijds geven van informatie en het begrip van de respectievelijke situaties van de partijen;
  • het bevorderen van de communicatie tussen de partijen aangaande hun moeilijkheden en verwachtingen;
  • het zoeken naar geschikte oplossingen om aan de verwachtingen van de partijen tegemoet te komen en om de vastgestelde moeilijkheden te overbruggen;
  • het bevorderen van een efficiënte en oprechte onderhandeling;
  • het sluiten door de partijen, op vrijwillige basis, van een dading die de bereikte oplossingen zal bevatten;
  1. Onpartijdigheid
    De bemiddelaar handelt steeds op neutrale en onpartijdige wijze. Hij zal geen juridische adviezen aan de partijen verstrekken. Indien hij een opinie geeft, zal deze slechts een indicatieve waarde hebben. Partijen verklaren zich akkoord om daar geen enkele juridische consequentie aan vast te knopen.
  2. Aanwezigheid op de bemiddelingsessies
    Partijen zullen de bemiddelingsessies bijwonen, desgevallend vergezeld van hun advocaten. Elke partij ziet er toe :
  • dat aan de bemiddelingsessies personen deelnemen die een dading mogen sluiten; en
  • dat de personen die persoonlijk kennis hebben van de pertinente feiten van het geschil aanwezig zijn opdat het overleg aangaande het dossier vlot en efficiënt zou kunnen verlopen.De bemiddelaar mag een persoon die hij aanduidt als toeschouwer tot de bemiddeling uitnodigen ten einde deze persoon de mogelijkheid te geven (op keus van de bemiddelaar), als passieve toeschouwer of als niet bezoldigde mede-bemiddelaar op te treden. Deze persoon moet dan een verbintenis aangaan volgens het model dat als bijlage 1 hierbij gaat.
  1. Vertrouwelijkheid
    Alles wat gezegd of geschreven wordt gedurende de bemiddeling wordt onder alle voorbehoud geformuleerd. De partijen verbinden zich ertoe hiervan niets in te roepen of bekend te maken in het kader van een bestaande of toekomstige gerechtelijke of arbitrale procedure. De bemiddelaar en de partijen (die zich ten deze voor zichzelf verbinden en die zich sterk maken voor hun raadslieden, vertegenwoordigers en alle personen die hen vergezellen) zien ertoe dat het vertrouwelijk karakter van de bemiddeling en van elk document dat in het kader van de bemiddeling ingeroepen of meegedeeld wordt, behouden blijft. De bemiddelaar mag, indien hij dit opportuun acht, een verbintenis opgesteld volgens het hierbij als bijlage 1 gevoegd model, te laten ondertekenen door elke persoon die aan de bemiddeling deelneemt.Niets in deze overeenkomst mag echter gezien worden als een beknotting van het recht van een partij om een document dat werd medegedeeld in het kader van de bemiddeling, in een gerechtelijke of andere procedure te gebruiken, wanneer deze partij reeds voordien over dit document beschikte of wanneer zij de mogelijkheid zou hebben gehad om dit document te bekomen en in te roepen.De bemiddelaar zal niet geroepen kunnen worden om in een gerechtelijke of andere procedure te getuigen. De partijen erkennen hem een zwijgrecht.

    Partijen komen verder overeen dat de overeenkomst(en) die zij bij de beëindiging van het bemiddelingsproces zouden kunnen sluiten alleen maar zullen bestaan wanneer zij door de beide partijen ondertekend zullen zijn geweest. Zij aanvaarden dat er geen overeenkomst zal bestaan zolang de akkoorden die in het kader van de bemiddeling zouden kunnen uitgewerkt worden niet in een tussen hen ondertekende schriftelijke overeenkomst zullen zijn vastgelegd.

    Onderhavig protocol, de overeenkomsten die bij de beëindiging van het bemiddelingsproces zouden kunnen gesloten worden, alsmede een eventueel document dat de mislukking van de bemiddeling vaststelt, vallen niet onder dit vertrouwelijkheidsverplichting.

  1. Caucussen
    De bemiddelaar mag, wanneer hij dit nuttig acht, apart (in “caucus”) met de ene of de andere partij overleg plegen; partijen mogen ook, op elk ogenblik, verzoeken om confidentieel met de bemiddelaar te overleggen.
  2. Waarde van het akkoord
    Het behoort, in principe, de bemiddelaar niet toe om zich omtrent de waarde of de opportuniteit van het bereikte akkoord uit te spreken. Deze moet de uitdrukking van de wil van de partijen zijn en hun “eigendom” blijven.
    Indien de bemiddelaar echter, daarin geleid door zijn eigen professionele ervaring en door zijn analyse en beoordelingscapaciteiten, meent dat het verder zetten van een bemiddeling een belangrijk risico inhoudt voor de ene of de andere partij, of tot een onevenwicht of manifeste onrechtvaardigheid voor een partij zou kunnen leiden moet hij de partijen daarvan op de hoogte brengen. Hij dient hen desgevallend te verzoeken het nodige te doen om daaraan te verhelpen. Indien hij dit nodig acht, mag hij de bemiddeling opschorten of er een einde aan stellen. De bemiddelaar handelt ten deze in alle onafhankelijkheid en laat zich enkel door zijn geweten leiden.
  1. Duur van de bemiddeling
    De partijen komen overeen dat de bemiddeling als volgt zal verlopen. Zij verbinden zich ertoe om te pogen de bemiddeling tot stand te brengen, in de mate van het mogelijke, binnen een beperkte tijdspanne, zodat de bemiddeling een einde neemt op of omstreeks [_______2016_] :
  • ondertekening van dit protocol;
  • onderzoeken van de dossiers en voorbereiding van de bemiddelingsbijeenkomst;
  • bemiddelingsbijeenkomst op [_______ 2016_];
  • eventuele vervolgsessies
  1. Honoraria
    De bemiddelingskosten worden gelijk verdeeld over alle partijen die de bemiddeling aanvragen tenzij anders bepaald.

o De administratieve kost voor een bemiddeling wordt gefactureerd door … en bedraagt … te betalen door elke partij

o De eerste bemiddelingssessie wordt gefactureerd aan … € te betalen door elke partij. Dit vaste bedrag omvat zowel de voorbereiding van de zaak als de bemiddelingssessie met de bemiddelaar.

o Wanneer een tweede bemiddelingssessie nodig is, zal de vergoeding worden berekend op basis van een uurloon van …€/u te betalen door elke partij.

o Extra kosten zullen worden gefactureerd in gelijke delen tussen elk van de partijen.

De bemiddelaar mag voorschotten op ereloon en onkosten vragen gedurende de bemiddeling.

De bemiddelaar zal de bemiddeling mogen opschorten of stopzetten indien één der partijen haar aandeel in de erelonen en onkosten die zij verschuldigd is, niet betaalt.

Opgesteld te [ ] in [ ] exemplaren; elke partij en de bemiddelaar erkennen hun exemplaar te hebben ontvangen.

____________________

____________________

____________________

de bemiddelaar

Fleur Goister

Erkend bemiddelaar in familiale, burgerlijke en handelszaken

BEMIDDELINGSPROTOCOL

Tussen :
En :

Hierna “de partijen

En :

Hierna de bemiddelaar

WORDT HET VOLGENDE UITEENGEZET :

Tussen de partijen bestaat een geschil aangaande de ……..

De partijen wensen dit geschil op te lossen; te dien einde willen ze aan de bemiddelaar een bemiddelingsopdracht toevertrouwen.

PARTIJEN KOMEN DERHALVE ALS VOLGT OVEREEN :

  1. Vrijwillig verloop
    Partijen wensen overleg te plegen om, onder voorbehoud van al hun rechten, hun geschil bij te leggen. Elke partij mag, éénzijdig en discretionair, aan de bemiddeling een einde stellen. De bemiddeling gebeurt vrijwillig en elke partij verklaart zich akkoord om er op actieve wijze aan deel te nemen. Partijen behouden zich het recht voor om alle gerechtelijke en arbitrale procédures die ze nuttig zouden achten in werking te stellen. Alle procedures (met uitzondering van deze van louter conservatoire aard) zullen echter geschorst worden totdat een akkoord tussen de partijen tot stand is gekomen of totdat één der partijen of de bemiddelaar een einde stelt aan de bemiddeling.
  1. Rol van de bemiddelaar
    De bemiddelaar handelt in alle neutraliteit met het oog op het bevorderen van een minnelijk akkoord. Te dien einde zal hij pogen de voorwaarden te scheppen die het volgende zal toelaten of vergemakkelijken :het wederzijds geven van informatie en het begrip van de respectievelijke situaties van de partijen;
  • het bevorderen van de communicatie tussen de partijen aangaande hun moeilijkheden en verwachtingen;
  • het zoeken naar geschikte oplossingen om aan de verwachtingen van de partijen tegemoet te komen en om de vastgestelde moeilijkheden te overbruggen;
  • het bevorderen van een efficiënte en oprechte onderhandeling;
  • het sluiten door de partijen, op vrijwillige basis, van een dading die de bereikte oplossingen zal bevatten;
  1. Onpartijdigheid
    De bemiddelaar handelt steeds op neutrale en onpartijdige wijze. Hij zal geen juridische adviezen aan de partijen verstrekken. Indien hij een opinie geeft, zal deze slechts een indicatieve waarde hebben. Partijen verklaren zich akkoord om daar geen enkele juridische consequentie aan vast te knopen.
  2. Aanwezigheid op de bemiddelingsessies
    Partijen zullen de bemiddelingsessies bijwonen, desgevallend vergezeld van hun advocaten. Elke partij ziet er toe :
  • dat aan de bemiddelingsessies personen deelnemen die een dading mogen sluiten; en
  • dat de personen die persoonlijk kennis hebben van de pertinente feiten van het geschil aanwezig zijn opdat het overleg aangaande het dossier vlot en efficiënt zou kunnen verlopen.De bemiddelaar mag een persoon die hij aanduidt als toeschouwer tot de bemiddeling uitnodigen ten einde deze persoon de mogelijkheid te geven (op keus van de bemiddelaar), als passieve toeschouwer of als niet bezoldigde mede-bemiddelaar op te treden. Deze persoon moet dan een verbintenis aangaan volgens het model dat als bijlage 1 hierbij gaat.
  1. Vertrouwelijkheid
    Alles wat gezegd of geschreven wordt gedurende de bemiddeling wordt onder alle voorbehoud geformuleerd. De partijen verbinden zich ertoe hiervan niets in te roepen of bekend te maken in het kader van een bestaande of toekomstige gerechtelijke of arbitrale procedure. De bemiddelaar en de partijen (die zich ten deze voor zichzelf verbinden en die zich sterk maken voor hun raadslieden, vertegenwoordigers en alle personen die hen vergezellen) zien ertoe dat het vertrouwelijk karakter van de bemiddeling en van elk document dat in het kader van de bemiddeling ingeroepen of meegedeeld wordt, behouden blijft. De bemiddelaar mag, indien hij dit opportuun acht, een verbintenis opgesteld volgens het hierbij als bijlage 1 gevoegd model, te laten ondertekenen door elke persoon die aan de bemiddeling deelneemt.Niets in deze overeenkomst mag echter gezien worden als een beknotting van het recht van een partij om een document dat werd medegedeeld in het kader van de bemiddeling, in een gerechtelijke of andere procedure te gebruiken, wanneer deze partij reeds voordien over dit document beschikte of wanneer zij de mogelijkheid zou hebben gehad om dit document te bekomen en in te roepen.De bemiddelaar zal niet geroepen kunnen worden om in een gerechtelijke of andere procedure te getuigen. De partijen erkennen hem een zwijgrecht.

    Partijen komen verder overeen dat de overeenkomst(en) die zij bij de beëindiging van het bemiddelingsproces zouden kunnen sluiten alleen maar zullen bestaan wanneer zij door de beide partijen ondertekend zullen zijn geweest. Zij aanvaarden dat er geen overeenkomst zal bestaan zolang de akkoorden die in het kader van de bemiddeling zouden kunnen uitgewerkt worden niet in een tussen hen ondertekende schriftelijke overeenkomst zullen zijn vastgelegd.

    Onderhavig protocol, de overeenkomsten die bij de beëindiging van het bemiddelingsproces zouden kunnen gesloten worden, alsmede een eventueel document dat de mislukking van de bemiddeling vaststelt, vallen niet onder dit vertrouwelijkheidsverplichting.

  1. Caucussen
    De bemiddelaar mag, wanneer hij dit nuttig acht, apart (in “caucus”) met de ene of de andere partij overleg plegen; partijen mogen ook, op elk ogenblik, verzoeken om confidentieel met de bemiddelaar te overleggen.
  2. Waarde van het akkoord
    Het behoort, in principe, de bemiddelaar niet toe om zich omtrent de waarde of de opportuniteit van het bereikte akkoord uit te spreken. Deze moet de uitdrukking van de wil van de partijen zijn en hun “eigendom” blijven.
    Indien de bemiddelaar echter, daarin geleid door zijn eigen professionele ervaring en door zijn analyse en beoordelingscapaciteiten, meent dat het verder zetten van een bemiddeling een belangrijk risico inhoudt voor de ene of de andere partij, of tot een onevenwicht of manifeste onrechtvaardigheid voor een partij zou kunnen leiden moet hij de partijen daarvan op de hoogte brengen. Hij dient hen desgevallend te verzoeken het nodige te doen om daaraan te verhelpen. Indien hij dit nodig acht, mag hij de bemiddeling opschorten of er een einde aan stellen. De bemiddelaar handelt ten deze in alle onafhankelijkheid en laat zich enkel door zijn geweten leiden.
  1. Duur van de bemiddeling
    De partijen komen overeen dat de bemiddeling als volgt zal verlopen. Zij verbinden zich ertoe om te pogen de bemiddeling tot stand te brengen, in de mate van het mogelijke, binnen een beperkte tijdspanne, zodat de bemiddeling een einde neemt op of omstreeks [_______2016_] :
  • ondertekening van dit protocol;
  • onderzoeken van de dossiers en voorbereiding van de bemiddelingsbijeenkomst;
  • bemiddelingsbijeenkomst op [_______ 2016_];
  • eventuele vervolgsessies
  1. Honoraria
    De bemiddelingskosten worden gelijk verdeeld over alle partijen die de bemiddeling aanvragen tenzij anders bepaald.

o De administratieve kost voor een bemiddeling wordt gefactureerd door … en bedraagt … te betalen door elke partij

o De eerste bemiddelingssessie wordt gefactureerd aan … € te betalen door elke partij. Dit vaste bedrag omvat zowel de voorbereiding van de zaak als de bemiddelingssessie met de bemiddelaar.

o Wanneer een tweede bemiddelingssessie nodig is, zal de vergoeding worden berekend op basis van een uurloon van …€/u te betalen door elke partij.

o Extra kosten zullen worden gefactureerd in gelijke delen tussen elk van de partijen.

De bemiddelaar mag voorschotten op ereloon en onkosten vragen gedurende de bemiddeling.

De bemiddelaar zal de bemiddeling mogen opschorten of stopzetten indien één der partijen haar aandeel in de erelonen en onkosten die zij verschuldigd is, niet betaalt.

Opgesteld te [ ] in [ ] exemplaren; elke partij en de bemiddelaar erkennen hun exemplaar te hebben ontvangen.

____________________

____________________

____________________

de bemiddelaar

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén